
De letter N is voor genealogie interessanter dan op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen vanwege de geschiedenis van de letter zelf, maar vooral omdat de vorm en het gebruik van de N in oude akten nogal eens tot verkeerde lezingen kunnen leiden.
De N behoort tot de oudste letters van ons alfabet. Onze hoofdletter N gaat uiteindelijk terug op het Fenicische schrift, waarin een teken stond dat nun werd genoemd. Dat teken stelde oorspronkelijk waarschijnlijk een vis of een slangachtige figuur voor. De Grieken namen het teken over als nu (Ν) en de Romeinen gebruikten het vervolgens als N. Via het Latijn kwam de letter in het West-Europese alfabet terecht.
In oude documenten komen we regelmatig woorden tegen die beginnen met deze letter. Soms met een verassende betekenis. Daarover gaat deze publicatie.
Naaien is het vastzetten van gepotdekselde planken met lange spijkers.
Nabedde betekent “tweede huwelijk”.
Een nachtblaser is een nachtwaker ook wel genoemd nachtroeper.
Naergangelijc betekent toegankelijk.
Naestcommende is de eerst volgende, eerst komende (…dag).
Met nahuwelijc wordt eentweede huwelijk bedoeld.
Nata is een ander woord voor geboren.
Natale is geboortedag en natalis de geboorteplaats.
Natuirlijkkind is een ander woord voor speelkind, het gevolg een “vrijage” door ongehuwden.
In plaats van veerman gebruikte men het woord navector.
Navents is ’s avonds.
Tegenwoordig niet zo fraai, maar een nawijf is de tweede vrouw, tweede echtgenote.
Necessarie staat voor nodig, noodwendig, noodzakelijk.
Nederbanc betekende vroeger lagere rechtbank.
Neerbasen zijn lange onderkousen (onder het wambuis) en een neerhuis is een bijgebouw bij een kasteel of buitenplaats, zoals een stal, koetshuis, poorters woning neerkamer woonvertrek met vloer onder maaiveld.
Een neester was vroeger een boomgaard.
Het negenmanneken is een betaalmiddel, zilveren munt.
Negotiant is een handelaar, koopman.
Wie van neomagensis komt, is van Nijmegen (neomagus is Nijmegen) maar neonatus is pasgeboren.
Nepos is een ander woord voor kleinzoon of neef en nepoten zijn begunstigde verwanten.
Een doek van netvezels is een neteldoekse.
Kijk uit voor een nigromanticus, het is een tovenaar.
Nivo is en afkorting voor nivose, december, maand van de sneeuw.
Met een nobel kon je betalen, het was een betaalmiddel, gouden munt.
Een nobilis domina is een weledele dame en een nobilis dominus een weledele heer.
Noctis is van de nacht en nocturnus nachtelijk.
Hij is noenmalen, hij doet een middagetennoenslaep, middagslaapje.
Nokerboom is een ander woord voor noteboom.
Non habet is niet hebben, non presens is niet aanwezig en non solvet betekent zal niet betalen
Nonen zijn de vastendagen na Aswoensdag.
Notabel is merkelijk, aanzienlijk, notabene staat voor let wel.
Notabilis zijn de voornaamste burgers van de plaats.
Een notaris is een beambte schrijver, bondschrijver en de notarishant is zijn handtekening.
Notificeren is het doen weten of bekendmaken.
Nieuwigheden zijn nouvelles en novatie is vernieuwing.
Novem is negen, novembre is november.
Met nubilis wordt huwbaar bedoeld, nubere is trouwen.
Een nummularius is een muntenmaker of muntmeester.
De nuntius was een gerechtsbode.
Een nupta is een bruid, getrouwde vrouw, nuptae zijn bruiden en nuptiae is de bruiloft
Nutrix was vroeger het woord voor een zoogster, min, pleegmoeder, baker.
Dit zijn slechts een beperkt aantal voorbeelden van veranderingen in de Nederlandse taal.
Wordt vervolgd met letter O.
Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek
***