Zo ongeveer vanaf halverwege de negentiende eeuw zochten veel Nederlanders naar een beter bestaan overzee, waarbij Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en Canada de meest populaire bestemmingen waren. Ook meerdere naamgenoten waagden zich aan dat avontuur waarbij vooral economische en godsdienstige factoren een grote rol speelden bij hun keuze.
Tot ongeveer 1840 ging de reis nog per zeilschip, vanaf dat jaar kwamen er stoomschepen in de vaart die meer capaciteit hadden en vooral snelheid. Het stoomschip kon tienmaal zoveel passagiers vervoeren dan een zeilschip en de reisduur werd ingekort van vijf tot minder dan twee weken. Toch was tot ongeveer 1900 de zeereis geen pretje, verreweg de meeste landverhuizers reisden in de derde klasse op het weinig comfortabele tussendek. Aan boord van het zeilschip was de onderlinge sfeer prettiger dan op de overvolle stoomschepen, waar men het grootste deel van de dag het dek moest delen met mensen uit allerlei landen en culturen.
De vertrekkers werden eerst nog aangeduid als landverhuizers, een ietwat negatieve benaming. Rond 1920 noemde men hen emigrant, een meer positieve naam.
Eén van de emigranten was Antonie Heijstek die we in deze publicatie volgen van Nederland naar de Verenigde Staten.
Antonie werd op 27 januari 1826 geboren in Nijmegen als zoon van Antonie Heijstek (Dordrecht 1798 – Tiel 1886) en Maria Antonia van Ernst (Niel 1792 – Nijmegen 1858).
Antonie trouwde op 18 december 1856 met zijn stadgenote Paulina Anna Hendrikx, geboren 14 april 1833. Eerst was Antonie schoenmaker en leerlooier maar kort na zijn huwelijk werd hij commissionair, weer later vertegenwoordiger (toen aangeduid als reiziger) bij een distilleerderij. Voor zijn werk kwam hij op meerdere plaatsen en het kan haast niet anders dan dat zijn vrouw hem vergezelde. Zo was hij op 5 oktober 1857 in Meppel waar die dag zijn zoon Johannes Jacobus werd geboren. Op 24 januari 1859 komt men hem tegen in Groningen waar dochter Christina Maria ter wereld kwam en op 26 september 1860 zag in Zwolle dochter Helena Maria het levenslicht. Hierna verhuisde het gezin naar Rotterdam waar tussen 1862 en 1870 nog zes kinderen werden geboren. De foto links werd rond 1890 gemaakt ter hoogte van de Hoogstraat, één der adressen waar Antonie toen met zijn gezin woonde.

De vraag rijst of de in Nijmegen geboren Antonie na plaatsen als Meppel, Groningen en Zwolle wel in Rotterdam heeft kunnen aarden. Feit is dat het gezin keer op keer verhuisde, in de acht jaar dat zij hier woonden een keer of zes, een kort verblijf in de toen zelfstandige gemeente Delfshaven inbegrepen. De meeste huizen stonden in of nabij het centrum, de laatste woning voor het vertrek naar Amerika in de Rotterdamschestraat in de wijk Crooswijk waar op 27 juni 1870 dochter Maria Antoinetta werd geboren. Inmiddels was Antonie kastelein, misschien een gevolg van zijn eerdere baan als vertegenwoordiger bij een distilleerderij.
In 1870 vertrok het gezin min of meer plotseling naar Amerika. In het verleden zocht ik eens hoe het hen na Rotterdam was vergaan, maar vond toen geen spoor. Dat men min of meer plotseling was vertrokken werd bevestigd door een aantekening in de bevolkingsregistratie: “na 01.01…….(jaartal onleesbaar) niets meer van gezin vernomen”
Later wel en bleek dat zij van Rotterdam naar Liverpool waren gereisd en vandaar met het stoomschip “City of Brooklyn” naar New York waar zij op 27 november 1870 aankwamen. Een hele onderneming: man, vrouw, drie zonen en drie dochters waaronder een baby van enkele weken oud.


De aankomst in New York was op Castle Garden (zie foto) waar tot 1892 de mensen in Amerika aan land kwamen. Vanaf dat jaar werd het nu veel bekendere Ellis Island in gebruik genomen.
Heel bijzonder waren de vermeldingen op de passagierslijst. Antonie werd hier vermeld als Anders Heystock. Als herkomst GB oftewel Groot-Brittannië. Is juist omdat men daar op de boot naar New York stapte maar in verdere documenten werd dit soms ook aangehouden als land van geboorte. Zoon Johannes Jacobus werd James, dochter Christina Maria werd Charles en volgen we het rijtje verder naar beneden dan zien we Henry, John, Ann, William en Mary voor resp. Helen, Johanna, Antonie, Wilhelmus en Maria Antoinetta. De enige juiste vermeldingen waren van moeder en dochter Paulina.
De schrijfwijze van de achternaam leverde in Amerika meer problemen op, hetgeen vooral nu blijkt bij het zoeken in archieven. Op welke schrijfwijze moet men zoeken? Vermeldingen waren: Heystock, Heystak, Hystick, en gewoon zoals het hoort: Heystek. De laatste wel met y want de in Nederland gebruikte ij kent men in geen enkel ander land.

Het gezin vestigde zich in Chicago, toen een stad met zo’n 300.00o inwoners, een stad die ook een centrale rol speelde in de economische, culturele en politieke geschiedenis van Amerika. Op 8 en 9 oktober 1871, nog geen jaar na hun aankomst, brandde de binnenstad van Chicago grotendeels plat en werd een derde van de bevolking dakloos. Het is niet bekend of Antonie en zijn gezin iets van deze brand hebben gemerkt.

Na aankomst in Chicago werkte Antonie korte tijd in een leerlooierij, volgens de volkstelling van 1880 was hij in dat jaar schoenmaker. Ik vermoed dat hij een eigen schoenwinkel had of minstens heel goede contacten met de eigenaar. Er staan in genoemde volkstelling drie van zijn kinderen vermeld als werkzaam in een schoenwinkel. In 1894 ging hij met pensioen en genoot nog meerdere jaren met zijn vrouw van het leven. Zij werden lid van de Nederlandse Vereniging in Chicago waar hij in 1896 werd benoemd tot bibliothecaris. Dergelijke verenigingen waren vooral in de eerste jaren belangrijk voor de emigranten, zeker voor degenen die de Engelse taal (nog) niet beheersten. Een voorbeeld wat deze vereniging deed voor haar leden was te lezen in een plaatselijke krant van die tijd: “……zal de vereniging haar jaarlijkse picknick houden, opgeluisterd door nationale spelen en muziek”.
Ook aan bijzondere data van haar leden werd aandacht in de pers besteed. In 1906 werd vermeld dat “Anthony Heystek en zijne gade Paulina Anna Hendrikx in Chicago hun gouden huwelijksfeest vierden” Op 16 oktober 1910 werd Antonie gefeliciteerd met zijn 84ste verjaardag.
Antonie overleed op 22 juni 1916, zijn vrouw Paulina op 20 juli 1911, beiden in Chicago.

Oudste zoon van Antonie en Paulina was Johannes Jacobus (in Amerika gewoon John genoemd). Geboren in Meppel op 5 oktober 1857 en overleden 1 mei 1932 in Chicago. Hij trouwde op 2 juni 1886 met de in 1867 in Zweden geboren Annie Hawkinson. Uit dit huwelijk werd onder andere op 1 maart 1889 geboren dochter Hazel E.
In tegenstelling tot zijn broers Wilhelmus en Antonie en zijn zusters is van John weinig bekend. In de volkstelling van 1900 staat dat hij van beroep verkoper was en ook dat hij dat jaar bij zijn ouders woonde. Hoewel geen officiële bevestiging kon worden verkregen bestaat het vermoeden dat zijn vrouw Annie voor 1900 is overleden, mede doordat hij in 1905 in Chicago trouwt met Bertha T. Adelmann, dochter van Duitse immigranten maar zelf in 1877 in Amerika geboren.

Meer is te vertellen over dochter Hazel E. Zij trouwde op 1 maart 1911 in de staat Indiana met Charles Harry Bramwell, geboren in de staat Utah op 13 oktober 1885. Charles was tandarts met een eigen praktijk in Chicago.
Enige tijd geleden kreeg ik een artikel in handen met veel bijzonderheden, niet alleen over het leven van Charles Bramwell maar ook met veel informatie over zijn schoonfamilie, de familie Heystek. Niet alles wat werd vermeld was echter in overeenstemming met de gegevens in ons familiebestand. Zo staat in het bewuste artikel dat de overgrootvader van eerdergenoemde John en dus ook van diens nicht Hazel eveneens de naam John had en in 1808 overleed op ongeveer 40-jarige leeftijd. Hij zou zilversmid zijn geweest en een weduwe hebben getrouwd met de naam Heydy. Zij zou de moeder zijn geweest van drie dochters en twee zonen, resp. een in 1795 geboren John en een Antonio die de vader was van een Antonie.
Een bijzondere puzzel waarbij het enige aanknopingspunt was dat niet een overgrootvader in 1808 overleed maar overgrootmoeder Geertruij en wel in Dordrecht op 28 januari. Zij was geboren in Uitwijk op 3 september 1755 en dus overleden op 52-jarige leeftijd. Zij was op 23 oktober 1785 in Lekkerkerk getrouwd met Gerrit Pieterse Ligthart. Voor haar huwelijk werd in 1779 dochter Lodewina geboren waarvan de vader onbekend was en dochter dus de achternaam Heijstek kreeg. Helaas is geen datum van overlijden van Gerrit Ligthart bekend maar ten tijde van de geboorte van haar zonen Jan Jacobus in 1796 en Antonie in 1798 was zij weer alleen en werden de beide zoons gedoopt als Heijstek. Jan Jacobus is altijd in Nederland gebleven en kwam voor in een tweetal artikelen op deze website, resp. in 2013 en 2023, die handelden over de Indische tak waarvan zijn zoon Johannes Jacobus de stamvader was.
Deze Antonie bleef in Nederland, trouwde met Maria Antonia van Ernst en het is toch verwonderlijk dat zij met hun acht kinderen werden beschreven in genoemd artikel. Het artikel was geschreven in het Engels dus rijst het vermoeden dat de schrijver in Amerika leefde. Ook wist men te vertellen dat ene John in Australië was overleden en ene Gertrude in Duitsland woonde. Van John in Australië is niets bekend, wel over Gertrude, echte naam Geertruij, getrouwd met de Duitser Friedrich Wilhelm Lenssen. Zij overleed in Krefeld, Duitsland op 24 november 1905

Het zesde kind uit het huwelijk van Antonie en Paulina was zoon Wilhelmus, geboren in Rotterdam op 10 december 1865 en bij aankomst in Chicago was hij dus nog geen vijf jaar. Hij zou verder door het leven gaan als William, ging tot zijn dertiende jaar naar school en kwam daarna in dienst bij Henry Disston, een nog steeds bestaande fabrikant van handzagen. Hij liep hier drie jaar als stagiaire maar kreeg wel het loon van een vakman. Hij was de eerste die een twaalf inch handzaag durfde te gebruiken en bleef tot mei 1895 bij Disston in dienst. Begon korte tijd voor zichzelf met de reparatie en montage van zagen.
William trouwde op 3 juli 1886 met Effie May Boone, op 20 mei 1869 geboren in de staat Michigan. Zoals vermeld in het genoemde artikel was hij in Chicago een alom gerespecteerd persoon, was bescheiden, zocht nooit de publiciteit en was een fervent aanhanger van de republikeinse partij.
Om bepaalde redenen wordt de aandacht als laatste gericht op het als vijfde geboren kind met de voornaam Antonie. Hij werd in Rotterdam geboren op 2 mei 1864 en trouwde op 23 september 1885 met de op 5 oktober 1865 in Chicago geboren Mathilda Adelaide Carnes. Zo op het oog was hij al aardig veramerikaanst, misschien wel vanwege zijn huwelijk met de in Amerika geboren vrouw Mathilda. Hun kinderen kregen de bepaald niet Nederlands klinkende voornamen als Harvey Lee en Mabel Eileen.
Wat was de reden dat Harvey Lee Heystek zijn naam wilde wijzigen in Hasting? Zijn kleinzoon Kenneth Lee verklaarde de reden van de naamswijziging als volgt:

“De Amerikaanse verwarring tussen Dutch en Duits schijnt de reden te zijn dat mijn grootvader in 1917 zijn naam wijzigde in Hasting. Wij waren midden in de eerste Wereldoorlog en alles wat Duits was, was niet populair in de Verenigde Staten. De zeer Hollandse naam Heystek kan te Duits hebben geklonken voor onwetende Amerikaanse oren. Of, er kunnen chauvinistische redenen aan ten grondslag liggen daar het gemakkelijker was een baan te krijgen met een Engels klinkende naam dan een Duits-klinkende. Grootvader werkte het grootste deel van zijn carrière voor de Milwaukee Railroad als manager op een spoorwegemplacement.”

Harvey Lee Heystek met vrouw en twee kinderen waren de enige die hun naam lieten wijzigen. De andere nazaten van Antonie Heijstek en Paulina Anna Hendrikx hebben hun Nederlandse achternaam in ere gehouden
Harvey’s kleinzoon Kenneth gaf ons al veel eerder allerlei documenten over de naamwijziging en zijn interesse in zijn Nederlandse voorouders is best opmerkelijk. Hij was inmiddels meermaals in Europa en in september 2024 maakte hij wederom zo’n trip, waarbij hij in Frankrijk, België en uiteraard Nederland was. Hier logeerde hij een paar dagen in Rotterdam bij kennissen in de bekende Rotterdamse “kubuswoningen”. Inmiddels is hij een gepensioneerd tandarts. Hij bezocht mij en we hadden interessante gesprekken over “onze” families, verleden en heden van Heijstek tot Hasting. Hij vertelde onder andere:
“Toen ik Holland in het verleden bezocht viel mij in het bijzonder op dat overal waar ik keek, ik mensen zag die mij aan mijn vader deden herinneren. Hij moet een sterk Hollands gen hebben gehad dat ik niet heb. Mijn sterkste gelijkenis is naar mijn grootvader van moeders kant en zijn Engels Cumbrian afkomst. In feite, typisch voor de meeste Amerikanen momenteel: wij zijn een mengelmoes van afkomst. Bij mij Hollands, Duits, Engels, Schots en Frans uit de Elzas.”
***