Migratie van Noord-Brabant naar Noord-Beveland

Fred Heistek 1 maart 2026

Hoe verder genealogisch onderzoek teruggaat in de tijd, hoe moeilijker het wordt om de juiste documenten bij personen te vinden. Namen werden niet consequent geschreven, verwijzingen naar ouders ontbreken veelal.

De Heijstekstamboom begint in Bergeijk waar Lodewijk Heijstek werd geboren en die in 1570 in Uitwijk werd gesignaleerd. Sindsdien zijn naamgenoten uit die tijd uitgewaaierd naar andere Nederlandse provincies waaronder Zeeland. Zo is het bekend dat de oudste zoon van de voornoemde Lodewijk naar Colijnsplaat is gegaan en zich daar heeft gevestigd. Omdat documenten ontbreken die dit zouden kunnen aantonen heeft de Heijstek Familiestichting DNA onderzoek laten uitvoeren waaruit is gebleken de Uitwijk-tak inderdaad is verbonden aan de Zeeland-tak van de familie. Hierover is in 2007 gepubliceerd in het magazine Bij Uitstek dat door de stichting werd uitgegeven.

Behoefte aan arbeidskrachten

In de 17e eeuw maakte de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een periode van economische bloei en maatschappelijke veranderingen door. Binnen deze context vond er op kleinere schaal ook interne migratie plaats, onder andere van landarbeiders uit Noord-Brabant naar het Zeeuwse dorp Colijnsplaat op Noord-Beveland.

Noord-Brabant kende aan het begin van de 17e eeuw een relatief zwakke economische positie binnen de Republiek. Na de Tachtigjarige Oorlog en de herovering van Brabant door de Republiek (Staats-Brabant), werd het gebied militair bestuurd en economisch gemarginaliseerd. De landbouw leed onder oorlogsschade, zware belastingdruk en het ontbreken van politieke zelfstandigheid.

Tegelijkertijd beleefde Zeeland, en met name de polders van Noord-Beveland, een periode van expansie. Na overstromingen in de 16e eeuw werden delen van Noord-Beveland in de vroege 17e eeuw opnieuw ingepolderd, waaronder de Oud-Noord-Bevelandpolder. Dit schepte behoefte aan arbeidskrachten voor landbouw en dijkonderhoud, waardoor men arbeiders van buiten de regio aantrok.

Migratie

De in Uitwijk geboren Guiljaam Heijstek die gehuwd was met Peterken Hendrikx was een van de (seizoen)arbeiders die het Land van Altena verliet om zich via Haaften te vestigen in Colijnsplaat. Op de 8e april 1650 werden hij en zijn echtgenote in Haaften ingeschreven in het lidmatenboek van de NH-kerk. En een maand later werd in die kerk hun dochter Jenneken gedoopt. Heel lang bleef het echtpaar daar niet wonen. Guiljaam voorzag mogelijkheden op de vruchtbare kleigronden van Noord-Beveland waar boerenbedrijven groeiden, en de behoefte aan goedkope en flexibele arbeidskrachten toe nam toe.

Colijnsplaat was in de 17e eeuw een klein dorp in een grotendeels agrarisch gebied. De samenleving kende een duidelijke sociale gelaagdheid:

  • Grote boeren (pachters) waren de economische spil van het dorp, vaak pachtend van stedelijke of adellijke eigenaren, en hadden invloed in het lokale bestuur (zoals het ambachtelijke dorpsbestuur).
  • Kleine boeren en landarbeiders vormden de meerderheid van de bevolking. Sommigen bezaten kleine stukjes land; velen werkten als dagloners of knechten.
  • Ambachtslieden en vissers naast de landbouw waren er ambachtslieden zoals smeden, bakkers en timmerlieden. Vanwege de ligging aan de Oosterschelde speelde ook de visserij een rol.
  • Vreemdelingen/migranten de in de loop van de eeuw gevestigde landarbeiders uit onder meer Noord-Brabant. Zij bevonden zich vaak aan de onderkant van de sociale ladder.

Willem Guiljaemsz Heijstek was de oudste zoon van Guiljaam. In het Zeeuwse archief is een notitie teruggevonden dat een Willem Guilliaems Heijstek ouderling was in Middelburg. Dit zal ongetwijfeld “onze” Willem zijn. In Zeeland maakte hij kennis met Magtelijntje Jans Vate die op de 9e december 1646 in Colijnsplaat was gedoopt. In het jaar 1672 zouden zij met elkaar zijn getrouwd. In dit gezin werden zes kinderen geboren.

Er zijn meer notities gevonden. Zo zou Magtelijntje in 1668 aangenomen zijn als lidmaat van de Nederduits Gereformeerde Kerk te Colijnsplaat en heeft Willem op 31 december 1673 belijdenis gedaan te Colijnsplaat.

***