Ik las op dit weblog een door Fred Heistek geschreven artikel over zijn grootvader Theodor Friedrich Wilhelm Heistek, vroeger bij ons thuis beter bekend als Oom Dorus. Deze was een broer van mijn opa Ludovicus Cornelius Wilhelmus, kortweg genaamd Louis.
Dorus en Louis waren twee van de elf kinderen van Maarten Johannes Heistek en Ludovica Cecelia Sophia Zilles. Hoewel de familie elkaar niet overliep waren er voldoende contacten en ontmoetingen. Toen ik Freds artikel las over woningen aan de Baan en in de Grote Visserijstraat in Rotterdam kwamen veel herinneringen boven. Herinneringen nauwelijks uit eigen beleving maar vooral uit verhalen van familieleden. In veel van die verhalen kwam de woning aan de Baan 68a ter sprake. Toen ik aan het begin van deze eeuw enige keren correspondeerde met mijn toen in Californië wonende nicht Ludy kreeg ik ook van haar bijzondere verhalen over juist dat huis. Voor de duidelijkheid: Ludy was vernoemd naar haar grootmoeder Ludovica Cecelia Sophia en was een dochter van Maarten Johannes Heistek, broer van Dorus en Louis.

Aan het eind van de negentiende eeuw was de huisvesting, vooral in het centrum van Rotterdam met zijn vele stegen en sloppen, vaak heel slecht. Veelal grote gezinnen in zeer kleine woningen met nauwelijks voorzieningen. Dat beeld kwam zeker niet overeen met het pand Baan 68a, gelegen op de hoek van de Schildersteeg met aan de overkant een politiebureau en met een gedeeltelijk uitzicht op de Schiedamsesingel. Niet zomaar een huis, neen, een echt familiehuis waar meerdere ooms en tantes in de loop der jaren een onderdak vonden. Het was ook een groot huis met drie verdiepingen, een hooizolder en een paardenstal.

De eerste Heistek die het huis bewoonde was de hiervoor al genoemde Maarten Johannes, op 27 januari 1843 in Rotterdam geboren. Op 1 augustus 1881 nam hij met vrouw en toen zeven kinderen zijn intrek. Maarten werkte oorspronkelijk in een pakhuis in de Rotterdamse haven, later vervoerde hij met een sleperswagen met daarvoor een paard goederen van een naar de haven. Tussen haakjes: de foto toont wel een sleperswagen, maar de man op de bok is geen Heistek. Maarten had dus een paardenstalling nodig, die was aanwezig in pand Baan 68 en dat pand lag ook nog eens dicht bij de toenmalige havens.
Toen Maarten op 14 juli 1898 overleed, woonde hij nog steeds op dat adres, waar zijn weduwe en inmiddels acht kinderen achterbleven.

Bijzonder te vertellen is het feit dat Maarten in het bezit was van een zakbijbeltje, dat zich nog steeds in de familie bevindt en wel bij Truus, kleindochter van Jan Hendrik, ook een broer van Dorus, Maarten en Louis. Ooit schreef hij daarin: “M.J. Heijstek, Baan 68, geboren 27 februari 1843, gestorven Uw weet het Heere mocht ik het ook weten”.
In de jaren na Maarten’s overlijden verlieten de kinderen successievelijk het ouderlijk huis, maar een aantal kwam er ook weer terug. In eerste instantie zoon Maarten Johannes van 18 december 1872 en van beroep commissionair in groenten. Hij vestigde zich met zijn bedrijf op de derde verdieping, tot hij in 1903 naar Schotland verhuisde om zijn werkzaamheden in Edinburgh voort te zetten. In 1908 keerde hij terug en vestigde zich wederom aan de Baan 68. Zijn bedrijf had veel nationale en internationale contacten en op zijn kantoor ontving hij dan ook vaak en veel bezoekers. Het verhaal gaat dat elke ochtend om 10.00 uur grote dozen gebak werden bezorgd en jenever per kan werd besteld. Dit alles om zijn bezoekende klanten te kunnen aanbieden. Later verhuisde hij naar de Grote Visserijstraat, eerst op nummer 5b later op 3a. Opmerkelijk detail: toen Maarten aan de Baan 68 woonde, woonde zijn broer Dorus daar eveneens en wel op nummer 130. Deze Dorus verhuisde enkele keren, maar woonde uiteindelijk ook in de Grote Visserijstraat, eerst op nummer 88a, later op 86b.

Zoon Jan Hendrik van 25 november 1878 was aanvankelijk paardenkoper, later koetsier bij de firma Vles. In 1901 kwam hij eveneens aan de Baan 68 wonen en nam bezit van de tweede verdieping. Zijn liefde voor en werk met paarden zal, in verband met de stallen, hierbij zeker een rol hebben gespeeld. Deze in 1901 genomen foto toont het toen moderne vervoermiddel van de firma Vles, die volgens een adresboek uit die tijd haar bedrijf had aan de Baan nummer 19. Ik herinner mij uit mijn jeugdjaren dat Oom Jan regelmatig bij mijn ouderlijk huis aan de Oudedijk langskwam, een koets met paard voor de deur parkeerde terwijl hij boven een traditionele kop nuttigde.
Ook ongetrouwde dochter Marie, van 5 oktober 1876, nam haar intrek in het pand en bewoonde de eerste verdieping. Deze Marie was degene die de familiecontacten in stand hield, vele neven en nichten kwamen bij haar over de vloer. Mijn ouders werkten in de jaren dertig beiden in de Bijenkorf te Rotterdam, gelegen vlak bij de Baan. Ik hoorde van Ludy dat zij menig vrij moment aangrepen om even bij Marie langs te gaan. Marie verzamelde van alles voor, van en over de familie, eenieder die maar iets wilde bewaren gaf het aan haar. Familiepapieren, familie-Bijbels, medailles tot zelfs uit de Napoleontische tijd, Marie zorgde dat alles een plekje kreeg en goed werd bewaard. Eén van de zaken die zij bewaarde waren documenten over de Heijstek-familiegeschiedenis. De reeds genoemde Maarten Johannes verdiepte zich toen al in onze genealogie en had veel hierover vastgelegd. Toen ik nog helemaal niets had met onze stamboom, vertelde mijn vader al dat de oorsprong van de familie in Noord-Brabant lag. Zou hij dat van deze Maarten hebben vernomen?
Maar…aan dit alles kwam een eind op 14 mei 1940 als tijdens het Duitse bombardement op Rotterdam ook het huis aan de Baan 68 vol wordt getroffen en alle kostbare herinneringen, waaronder familiefoto’s, verloren gingen.

Dit artikel werd eerder op deze website geplaatst op 31 oktober 2014 (red)