
Deze publicatie gaat over een aantal van onze naamgenoten die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gearresteerd, soms door de Duitsers, soms door de Nederlandse politie. Hun namen en daarbij hier en daar een enkele bijzonderheid werden aangetroffen in een van de archieven die de laatste tijd ter inzage beschikbaar kwamen. De reden voor hun arrestatie was niet in alle gevallen duidelijk, het kan wegens verzet zijn, het kan een andere reden hebben. Alleen al het feit dat een aantal van hen gevangen werd gezet in een van de beruchte concentratiekampen is reden genoeg hieraan aandacht te schenken.
Op 14 februari 2013 werd een door Cees Heystek geschreven publicatie over Abraham Heijstek op dit weblog geplaatst. Bij de nieuw vrijgegeven documenten werden een paar bijzonderheden gevonden die aan aanvulling zijn op dat artikel. Abraham werd geboren op 19 mei 1920 in Wemeldinge en was een zoon van Jan Marinus Heijstek en Martha Helmstrijd.
In de publicatie uit 1913 stond dat Abraham zich al snel na de Duitse inval had aangesloten bij de eerste verzetsgroepen en dat hij half april 1942 in het Duitse Biarritz werd gearresteerd en overgebracht was naar een Duitse gevangenis.
Nu is gebleken dat hij van 17 juli tot 20 december 1941 heeft gewerkt bij Stahlbau Heinrich Schwarz in Frankfurt am Main. Helaas kon niet worden gevonden hoe hij in Frankfurt kwam, misschien door een op 28 februari 1941 door rijkscommissaris Seyss-Inquart afgekondigde maatregel dat Nederlanders verplicht konden worden tewerkgesteld in Duitsland? Evenmin is bekend geworden of hij vanuit Nederland dan wel uit Duitsland naar Frankrijk was gevlucht.

Een andere zin in het artikel uit 2013: “Dominee Renting uit Heinkenszand probeert meer informatie te krijgen over de omstandigheden waarin Abraham is overleden: door uitputting of geweld.”

De nieuwgevonden documenten geven ook hierover nu uitsluitsel, zij het op wel heel verschillende wijze. De site Oorlogsbronnen vermeldde in kapitalen dat Abraham Heistek werd vermoord in Dora, dit staat echter in schril contrast met de eveneens nu gevonden verklaring van de arts van het concentratiekamp. Deze schrijft dat Abraham op 21 februari 1945 om 08.30 uur overleden is aan hartfalen bij een acute ontsteking van de darmen. Uit deze verklaring blijkt ook dat Abraham twee dagen eerder op ziekenrapport was geweest en men hem onder andere had voorgeschreven: bedrust, warmte en ook druivensuiker en pepermuntthee. Ik kan me niet voorstellen dat een als uiterst wreed bekendstaand concentratiekamp dit heeft voorgeschreven en daadwerkelijk verstrekt. Met welk doel heeft men deze merkwaardige verklaring afgegeven? Abraham werd begraven in Dora, Nordhausen, Duitsland.

Carel Willem Hijstek, geboren in Amsterdam op 10 september 1921, zoon van Marinus Hijstek en Helena Hermina Grim. Hij werd als gevangene 6171 op 4 februari 1944 opgesloten in P.D.L. Amersfoort, het Polizeiliches Durchgangs Lager Amersfoort. Dit was in de oorlog een straf-en doorgangskamp. Er heerste een regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies waardoor 652 personen het leven lieten. In totaal hebben ongeveer 47.000 mensen in Kamp Amersfoort gevangen gezeten. Het merendeel werd doorgestuurd naar andere kampen voor dwangarbeid waarvan velen niet terugkeerden.
Niet kon worden achterhaald de reden waarom Carel in Amersfoort zat, wel weten we dat hij op 23 maart 1944 op transport werd gesteld naar Osnabrück om daar zeer waarschijnlijk te worden tewerkgesteld. Een opmerkelijke bijzonderheid is dat op zijn kaart staat “Urlauber”, hetgeen vakantieganger betekent. Neen, het zal vast geen vakantiewerk geweest zijn.
Nog een opmerkelijk feit was dat Johannes Gerardus, de tweelingbroer van Carel, ook genoemd werd in de annalen van oorlogsbronnen. Hij zou eveneens tot 23 maart 1944 in Amersfoort gevangen hebben gezeten, maar daarna stokt elke informatie over hem. Wel stond op de registratiekaart van Kamp Amersfoort oorspronkelijk als voornaam Joh., gewijzigd in C.W. Ra, ra? Carel overleed 26 maart 1994 in Amsterdam, zijn tweelingbroer op 27 september 1953, eveneens in Amsterdam.
Een bijzondere naamgenoot was Henricus Antonius Hijstek, geboren22 januari 1896 in Tilburg, zoon van Andreas Hijstek en Maria Adriana Bernardina Christina Bertens.
Ver voor de oorlog was hij waarschijnlijk al degene met de meeste vermeldingen achter zijn naam, helaas in negatieve zin. Tussen 1916 en 1924 kwam hij meerdere keren met justitie in aanraking, in alle gevallen voor diefstal. Hij kreeg hiervoor steeds gevangenisstraf opgelegd, variërend van enkele dagen tot enkele maanden. Al in 1918 was een rechterlijke uitspraak veelzeggend “wegens het voortgezet misdrijf van diefstal”. Na 1924 komt men zijn naam niet meer tegen, misschien had hij zijn leven wel gebeterd en was hij een braaf huisvader geworden. Hij trouwde in 1930 en kreeg zes kinderen.


Maar de grote vraag is natuurlijk waarom we hem tegenkwamen als gevangene van het concentratiekamp in Vught (foto). Dit was naast Amersfoort en Westerbork een van de drie Duitse concentratiekampen in Nederland. Degenen die negen maanden in dit kamp door de Duitsers werden opgesloten moeten toch wel het een of ander hebben uitgespookt. Henricus kwam daar binnen op 20 mei 1943 en pas op 22 december van dat jaar kwam hij vrij.
Henricus overleed 31 juli 1968 in Tilburg.
Een ander gevalletje “waarom” betreft Huibert Heijstek, geboren 9 maart 1905 in Hendrik Ido Ambacht, zoon van Bart Heijstek en Adriana Bastiaantje Koekkoek. Van beroep was hij schipper.

Op 12 december 1943 werd hij in Rotterdam gearresteerd en zijn gegevens zijn opgenomen op de website Oorlogsbronnen. Wat had hij gedaan? Nog diezelfde dag werd hij overgebracht naar Dordrecht, maar ook hier de vraag waar, waarom, hoe lang? Een code Gr.III op zijn arrestantenkaart toont dat hij in opdracht van Duitse instanties door groep III van de Rotterdamse recherche werd gearresteerd. In ieder geval was op zijn arrestatiekaart duidelijk vermeld wat bij het fouilleren bij hem werd aangetroffen. Hfl. 25,34 contant geld, een Duitse pas, portefeuille met papieren, een mes, twee potloden, tabak, een das met boord, veters, een riem, twee zakdoeken en een boodschappennet met inhoud. Deze bezittingen kreeg hij dezelfde dag terug in Rotterdam en waarvoor hij ook tekende. Hij zal ze zonder twijfel hebben meegenomen naar Dordrecht, maar wat er daarna is gebeurd? In de archieven is niets meer over hem te vinden, zelfs zijn overlijden niet.

En dan is er Josephus Antonius Casper Hijstek, geboren 3 mei 1910 in ’s-Hertogenbosch, zoon van Hendrikus Hijstek en Maria Catharina van Beurden. Hij komt zelfs op twee verschillende sites voor als “iets gedaan hebben in de oorlog”, maar we weten alleen dat hij op 12 juni 1944 werd binnengebracht in Kamp Amersfoort. Ongetwijfeld heeft hij iets gedaan wat de Duitse bezetter niet heeft kunnen waarderen, maar wat? Zijn gevangenschap duurde in ieder geval niet lang, op 21 juli 1944 werd hij vrijgelaten.
Hij overleed 18 juni 1976 in Goes.
Evenzo vraagtekens bij Maarten Johannes Heistek, geboren in Rotterdam op 1 maart 1901, zoon van Maarten Johannes Heijstek en Maria Rosalina Johanna Roukema. Ook Maarten komt voor in het archief dat voornamelijk slachtoffers van nazi-misstanden vermeldt. Het antwoord op zijn vermelding werd gevonden in het Stadsarchief Amsterdam en zo op het oog had hij in maart 1943 in Amsterdam een probleem bij het verlengen van zijn paspoort. In de pas aangetekend volgens de ambtenaar:

“Blijkens aantekening op blz. 19 van het paspoort gesteld door den Landrat van Wittlich is belanghebbende het oponthoud in het gehele Duitse Rijksgebied verboden”.
De plaats Wittlich was hem niet onbekend, op 26 december 1939 werd hij in Amsterdam uitgeschreven met bestemming Wittlich, op 5 mei 1943 weer ingeschreven in Amsterdam. Maar wat had Maarten gedaan dat heel Duitsland voor hem, juist in de oorlog, verboden gebied was?
Het paspoort was afgegeven op 16 augustus 1938, was geldig tot 16 augustus 1940 en op 6 september 1940 door het Zweedse consulaat in Berlijn verlengd tot 6 augustus 1942. In de oorlogsarchieven werd een notitie gevonden dat Maarten gevangen had gezeten in de strafgevangenis Wolvenkamp te Utrecht. Geen reden vermeld, zou dit met het paspoort te maken kunnen hebben? Lijkt vreemd.
Maarten overleed 18 mei 1955 in Amsterdam.
Ondanks de archieven zijn er in dit artikel veel vragen en weinig antwoorden. Het is al eens meer voorgekomen dat familieleden na het lezen van een publicatie ons nader konden informeren. We zijn benieuwd en wachten af.