Het gezin van Willemina Heijstek en van Jan Blok

Fred Heistek 1 april 2026

Het derde kind van Pieter Heijstek en Maatje de Jonge werd op 10 december 1759 in het Noord-Bevelands Colijnsplaat geboren. Zoals in die tijd gebruikelijk was, werd het meisje kort na haar geboorte kerkelijk gedoopt, in dit geval zes dagen later. Zij kreeg de naam Willemina. In haar latere leven werd zij echter even gemakkelijk Willemijntje genoemd; naar beide namen luisterde zij.

Doopregistratie Willemina Heijstek

Zodra zij sterk genoeg was om te werken, trad zij, net als vele familieleden uit Colijnsplaat, in dienst als arbeidster. Dag in dag uit, met uitzondering van de zondagen, die bestemd waren voor het wekelijkse kerkbezoek, verliet zij het ouderlijk huis om haar werk te verrichten. Voor haar was dat volkomen vanzelfsprekend: zij kende niet anders. In Colijnsplaat werkte men op het land of men ging als visser de zee op.

Kats in de 18e eeuw, links Dijkweg, rechts Kerkweg

Kats

Enkele honderden inwoners telde het dorp Kats in die dagen. Onder hen bevond zich Jan Blok, zoon van Jacob Blok en Adriana Kuzee. Hij werd geboren op 14 februari 1760 en drie dagen later gedoopt. Jan groeide op in het uitgestrekte akkerland achter de dijk die het dorp moest beschermen tegen het water.

Doopregistratie Jan Blok

Toen Jan de leeftijd bereikte waarop zijn belangstelling uitging naar het andere geslacht, wandelde hij op zondag graag naar Colijnsplaat. Het was een tocht van anderhalf uur stevig doorstappen, soms over modderige paden. Hij was daarin niet de enige. Na afloop van de wekelijkse dienst in de Nederduits Hervormde Kerk trokken meer jongemannen uit Kats naar Colijnsplaat, deels om even los te komen van het zware werk, maar vooral om er in contact te komen met huwbare meisjes.

’n Linnen kapje

Op een zachte voorjaarszondag zag Jan haar voor het eerst: Willemina Heijstek, dochter van Pieter Heijstek en Maatje de Jonge. Willemina was een jaar ouder dan Jan, maar dat vormde voor hem geen bezwaar. Hij had die dag zijn beste kleren aangetrokken, al waren zijn zorgvuldig gepoetste schoenen onderweg onvermijdelijk besmeurd geraakt door de modder.

Zij droeg een linnen kapje en een eenvoudige maar nette japon. Zo stond zij bij de kerkdeur, omringd door haar familie. Hun blikken kruisten elkaar. Er werd niets gezegd, maar beiden voelden het bijzondere van dat ogenblik.

Voorzichtig liepen zij samen op. Zij hoorden het ruisen van de wind en roken het frisse gras. Hun gesprek bleef, zoals destijds gebruikelijk, bescheiden en ingetogen: over het weer, de oogst en het werk op het land.

Wekelijks zagen zij uit naar deze ontmoetingen. Langzaam groeide, met toestemming van haar ouders en onder het wakend oog van de gemeenschap, hun genegenheid. Jan bezocht haar ouderlijk huis, waar hij aan de grote houten tafel plaatsnam en zich van zijn beste manieren bediende.

Trouwen

Na verloop van tijd vroeg hij haar officieel het hof. Met de zegen van beide families kregen zij verkering. Een verbintenis die in die dagen niet lichtvaardig werd aangegaan. In 1783 traden zij, in het bijzijn van dorpelingen uit zowel Kats als Colijnsplaat, in het huwelijk. Zo begon hun gezamenlijke leven op het Zeeuwse eiland, waar liefde, net als het land, geduld, toewijding en standvastigheid vereiste.

Het jonge echtpaar vestigde zich in Colijnsplaat, de geboorteplaats van de bruid. Daar stichtten zij een gezin dat uiteindelijk zeven kinderen telde die allen in Colijnsplaat zijn geboren.

Jacobus Blok (1784 – ?)
Pieter Blok (1786 – < 1788)
Adriana Blok (1787 – < 1791)
Pieter Blok (1788 – ?)
Adriana Blok (1791 – 1827)
Maatje Blok (~1792 – 1879)
Joost Blok (1795 – ?)

Oud zijn Jan en Willemina niet geworden. Willemina overleed in 1798, nog maar 39 jaar oud en in de bloei van haar leven. Jan volgde haar twee jaar later, in 1800, slechts 40 jaar oud.

Twee mensen die een eenvoudig, maar betekenisvol leven leidden. Zij werkten hard, trotseerden armoede en onzekerheid, en bereidden hun kinderen voor op de toekomst. Hun namen verdienen het om herinnerd te worden als vertegenwoordigers van een generatie voor wie arbeid, geloof en familie de pijlers van het bestaan vormden.

***