Er is iets dat we gemeen hebben met onze naamgenoten die in vroeger tijden leefden, namelijk dat wij allen hebben moeten werken om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat de voorwaarden in de loop der eeuwen aanzienlijk zijn veranderd behoeft geen nader betoog. In een aantal artikelen op dit weblog kwam het dagelijkse werk al eens aan de orde, van varende naamgenoten die in de negentiende eeuw naar zee gingen, via een schoolmeester die meer dan vijftig jaar voor de klas stond tot een opsomming van (heel) verre neven en nichten die werkzaam waren in allerlei oude en deels verdwenen beroepen. Ook in mijn eerder artikel over vroegere vakanties kon men kennisnemen van de werkomstandigheden in een periode nog niet zo lang geleden. Werkweken van zestig uur die tot in de twintigste eeuw heel gewoon waren en waar werknemers een dag of zes vakantie per jaar hadden. Stap voor stap veranderde de situatie, in de jaren vijftig van de vorige eeuw had men al twee weken vakantie per jaar en in 1960 kreeg men de vrije zaterdag, een vijfdaagse werkweek dus. Juist in die tijd begon mijn werkzame leven, een terugblik met wellicht ook voor sommige lezers herkenbare zaken.