Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

515578
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
893
670
2805
55451
18014
3437
515578

Your IP: 54.80.96.153
2018-09-26 15:40

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 5

Het betreft hier een vrijwel letterlijke transscriptie van het document dat eigenhandig door Jan Heijstek in Afrika is opgesteld. Slechts enkele woorden zijn aangepast aan het hedendaagse Nederlands.

 

Zijn eigenhandig geschreven levensverhaal; deel 5

 

Terug naar Rustenburg; zijn laatste jaren

 

Ik ging met mijn kinderen naar Rustenburg terug, en bleef voorlopig daar op ’t dorp wonen. In 1904 ging ik in een tweede huwelijk met de weduwe Sophia M.M. Erasmus geb. Minnaar welke drie kinderen had, en kocht op de plaats Modderfontein een stuk grond alwaar ik ongeveer 13 jaren lang woonde, en zo 'n kleine boerderij ophield. Intussen had het Gouvernement mij een pensioen toegekend als oud Landdrost van de Z.A. Republiek, hetwelk ik tot nog toe de eer heb te mogen genieten, en mij de neus hoven water houdt. In 1917 nadat we geen kinderen van ons in huis meer hadden, maakte we 't plan om op het dorp Rustenburg te gaan wonen. Beiden onzer kinderen waren allen op hun beurt gehuwd en vertrokken zodat wij alleen bleven. Ik had de grond op Modderfontein gekocht voor mijn twee jongste dochters, er een huis met zes kamers op gebouwd, een sterk water door boren en een windmolen met cementdam erop aangebracht, en tussen vijf en zes honderd vruchten- en sierbomen geplant, en rondom met draadheining goed toegemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Terwijl ik het in zo'n staat van onderhoud hield dat het een kleine modelboerderij was. Daar ik zelf toen 65 en mijne echtgenote 60 jaren oud was, en enigszins van mijn pensioen konden leven, vertrokken we dan op de 1e maart 1917 naar Rustenburg alwaar ik in het huis en erf van mijn schoonzoon W.S. Lampen ging wonen. In dat erf was er voor mij ook naar mijn krachten nog waren, genoeg te doen om mij bezig te houden, want er zijn heel wat lemoenbomen, ook andere vruchtbomen op en daar het een watererf is, kon ik er geregeld nog tuin op maken. Op de plaats had ik geen ander belasting als op de grond, nm. £5 voor elke transport ervan en £5 voor de kar per jaar. Hoewel ik hier niet zo vrij was als buiten op de plaats, en al dadelijk onder de belasting pantoffel en honderd en een restricties en "Red Tape" kwam te staan, had ik het voorrecht om toch bij kinderen te zijn die in het dorp wonen, ook vrienden genoeg en wel het beste, we konden elke zondag op onze oude dag gebruik van naar de Kerk te gaan hebben, na de omstandigheden dit ons toelieten. Zo gingen onze dagen ook daar weer voorbij onder lief en leed, voor- en tegenspoed, gezondheid en ziekte. Ook hier was ik eenmaal aan de longontsteking zwaar ziek geweest, dat ik op Modderfontein vroeger ook tweemaal, alhoewel niet zo ernstig gehad had.

 

 

In 1918 met die Spaanse griep werd ook mij echtgenote bedliggen ziek er aan, doch herstelde daarna alhoewel niet meer haar krachten tot haar dood terugkreeg. Ik zelf werd ook door de ziekte aangetast, doch kon gelukkig altijd op de been blijven. In de Kaapkolonie op de plaats Doornhoek district Cradock stierf er mijn schoonzoon Dirk Botha aan. Hij was gehuwd met mijn jongste dochter, die later weer getrouwd is met Z.F. Pretorius (I1954). Verder werd mijn familie gelukkig zo gespaard dat degenen die ziek werden allen herstelden.

In 1922 trof mij andermaal een zware slag door het verlies mijner echtgenote door een plotseling afsterven van haar op maandagmorgen de 31e juli om 7 uur. Na ze opgestaan, haar aangetrokken en geheel klaar was, behalve de schoen van de rechtervoet die nog niet aan de voet was, zei ze haar laatste woorden, "Ik word naar", terwijl ze mij zacht met de hand aanraakte. Zij zakte in elkander en terwijl ik haar opving in mijn armen en om hulp riep was het voorbij. Het leven was gevlogen. Geen ziekte hoegenaamd dat ze gehad heeft sedert de gevreesde griep in 1918, doch na dien tijd klaagde ze telkens "vermoeid te zijn " zodat haar het hart sedert dien tijd erg verzwakt was, en waaraan tegenwoordig zo vele mensen lijden die de griep destijds gehad hebben. Ze had de ouderdom van 69 jaren, 1 maand en 29 dagen bereikt. Veel deelneming van familie en vrienden heb ik ook toen ondervonden. Ik heb haar te Rustenburg in het dorps oud Kerkhof begraven, en daar ook rust haar stoffelijk overschot met dat van zo vele anderen tot den dag der wederopstanding uit de doden.

 

 

 

 

Ik ben toen nog enige tijd daar blijven wonen tot in 1923 toen ik naar mijn oud vroegere plaats Klipfontein 410 Oranjedal gegaan ben en bij mijn schoonzoon N.J. Theunissen die met mijn dochter Anna Maria gehuwd is, gaan inwonen met de gedachte daar mijn laatste levensjaren te gaan doorbrengen. Doch ook daar kwam weer verandering. Eerst kreeg ik er een zware maagziekte, en na daarvan hersteld te zijn (ik was enige tijd ervan in 't dorp geweest) ging ik weer na de plaats terug alwaar ik het laatst van september 1924 een verbloeding door de neus uit de longen kreeg, en wel zo dat ik niet anders dacht dat het mijn einde zou worden. Ik kreeg het bloeden heel onverwacht, de eerste keer na ik 's morgens was opgestaan en mij juist aan de wastafel begaf om mij te wassen. Door toedoen mijner kinderen en onder Gods bestuur, werd de dokter twee malen naar de plaats uitgenomen, die mij dan ook tweemalen ingespoten heeft in de rechterarm, dat onder 's Heeren zegen het bloeden uit de neus deed ophouden. Ik was toen ook al zo zwak dat ik mijzelf niet meer kon helpen, en dat door mijn kinderen moest gedaan worden. Toen ze mij later op een motor konden zetten zonder gevaar werd ik naar 't dorp gebracht. Ik kwam toen thuis bij mijn schoonzoon du Plessis en mijn dochter Emma. Zo langzamerhand herstelde ik, en kwamen mijn krachten weer bij, tot toen ik op de 22e november, de dag na mijn 76ste geboortedag andermaal naar de plaats terugging, en daar bleef tot de 2e januari 1925 toen ik weer naar 't dorp terugging. Sedert dien tijd ben ik in huis bij mijn dochter Jacoba, gehuwd met T.A.C. Emmett. En nu heden den 16de dag van november ben ik hier te Doornhoek, op bezoek sedert de 19e oktober bij mijn kinderen gemeld.

 

 

Ziek geworden door dysenterie of maagkoorts. Dr. Budler van Cradock laten komen, welke de avond laat aankwam. Gaf middelen om te gebruiken. Had veel buikloop doch gelukkig zonder pijn. Bleef in bed dezelfde dag en volgende vier dagen. Had op de 21e mijn 77ste levensjaar bereikt. Was enigszins zwak geworden, doch nog al dragelijk. Kon later opstaan en op woensdag de 25e met de kinderen per motor gaan naar Cradock.

 

De 26e werd mijn dochter Maria naar 't hospitaal voor 'n operatie gebracht, dat de volgende dag plaats had en gelukkig goed slaagde. Dezelfde namiddag kwam haar echtgenoot en de kinderen met mij terug naar Doornhoek. Lucht koel, bijna koud, tamelijk sterke wind.

 

28e november; hedenmorgen telefoon bericht dat zij redelijk is. Haar echtgenoot per motor er weer heen. Ik met de kinderen hier gebleven en schrijf naar Rustenburg brief. Zacharias namiddag weer terug van Cradock, bracht goed bericht van zijn vrouw dat het geheel goed ging met haar, dat ruim stof tot dank gaf. Brief van mijn zoon te Rustenburg ontvangen, gelukkig was daar alles goed.

29e november; zondag morgen bericht van haar dat het goed gaat. Bittere koud hier op de plaats met sterke wind, het is of het kompleet winter is. Namiddag breekt koude wat af.

 

3e december, vandaag de moeder van dit huis terug uit 't hospitaal thuis gekomen. Lof en dank onzen Heere!

 

6e december; laatste nacht regen tot 20p. gevallen en nu van morgen prachtige regen zonder wind en nu 11 uur sterke bui. Ps. 65 vs 6, 7, 8, 9.

 

11e december; laatste maandag naar Cradock en gisteren terug naar hier. Plan bestaan D.V. a.s. maandag de 14e terug te gaan na Rustenburg.

 

Nawoord

Hiermee eindigt het indrukwekkende levensverhaal van Jan Heijstek.

Op 24 februari 1932 is hij op 83jarige leeftijd in Rustenburg overleden. We mogen hem nu nog dankbaar zijn dat hij zijn levensverhaal zo gedetailleerd aan het papier heeft toevertrouwd. Het geeft een duidelijk inzicht wat er zich tijdens zijn leven in Zuidelijk Afrika afspeelde en welke rollen hij daarbij vervulde. Zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen hebben alle reden trots op hem zijn.

 

Hoewel in Afrika de familienaam als Heystek wordt geschreven, bleef Jan Heijstek de Nederlandse schrijfwijze van zijn naam volhouden en heeft hij alle tot nu gepubliceerde documenten in die vorm ondertekend. Hoewel hij veel dank heeft uitgesproken aan zijn vader Jan Heijstek, wiens voornaam hij ook draagt, presenteerde hij zich bij voorkeur als Heijstek sr. Om zich zo te kunnen onderscheiden van zijn zoon Jan die in 1877 werd geboren.

 

 

Wordt vervolgd.

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 1

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 2

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 3

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 4

Het levensverhaal van… Jan Heijstek – deel 6

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen