Honderdjarige Zeeuwlingen

In 2009 schreven wij in Bij Uitstek over Geertruida Pieternella (Truitje) Kosten-Heijstek, zij was toen net 100 jaar geworden. Truitje leeft nog en onlangs verscheen het boek Zeeuwlingen van uitgeverij Den Boer | De Ruiter in Vlissingen. ISBN 978-90-79875-38-2, prijs EUR 15,90.

Van de uitgever kregen wij schriftelijke toestemming om hier het verhaal van Truitje te citeren.

 

Hieronder volgt het eerste deel van het verhaal van Truitje en haar dochter Adrie.

 

Dochter: 'Moeder is de rust zelve'. Moeder: 'Jaja, ik bin altied kalm ee'. Zo zijn de omgangsvormen tussen Truitje Kosten en haar dochter Adrie. Zo gaat het steeds. Naadloos sluiten terloopse opmerkingen op elkaar aan. In een interview met moeder en dochter is de dochter niet zelden spreekbuis. Ze hebben een band ontwikkeld als gouden bruidsparen, of eeneiige tweelingen. Met een onfeilbare antenne voor elkaars gevoelens en gedachten.

 

In de Kapelse bejaardenwoning van Trui Kosten-Heijstek (1909) die uitstraalt dat de Kostens noch opscheppers noch druktemakers zijn, kan de dochter dus rustig de regie overnemen. Zonder een tel te aarzelen, geeft Adrie Bruggeman-Kosten antwoord op vragen aan haar moeder, de vrouw met het kleine postuur ('Truitje'), die in haar speciale stoel met het voetenbankje instemmend zit te zwijgen, hoogstens even knikt of met een paar woorden beaamt wat Adrie zegt. Soms gaat het ook andersom.

 

Dat krijg je dus, dat mensen haast versmelten tot één persoon als hun levens maar genoeg in elkaar haken. Adrie is er elke dag, zeker driekwart van de tijd dat moeder Trui uit bed is. Al jaren. Ook als er andere familieleden over de vloer zijn en ze wel even gemist kan worden, dan is Adrie er toch. Het is een soort lotsbestemming van de dochter die kinderloos bleef en al twee keer weduwe werd.

 

'Ik heb als enige van de broers en zussen zelf geen kinderen. Dan heb je dus de meeste tijd om naar je ouders om te kijken. Ik vind dat je zuinig moet zijn op je moeder. Mijn schoonmoeder is jong gestorven. Daardoor besef je dat des te beter'.

 

Honderdplussers moet je toch al koesteren, maar het is een reden temeer voor dagelijkse aandacht als ze in hun lange leven zulke klappen hebben gekregen als deze taaie Kapelse. Klappen met naweeën. Een vader en een broer die de oorlog niet overleven (zie ook Gemeente Kapelle past oorlogs-monument aan, redactie), een zoon die verongelukt in het verkeer, een man die op zijn negentigste het water inloopt. Was ze onder die omstandigheden niet 'altied kalm' gebleven en 'de rust zelve', dan had Truitje Kosten de honderd beslist niet gehaald.

 

Geertruida Pieternella Heijstek, op 15 juli 1909 geboren aan het Spoorpadje in 's Heer Arendskerke als dochter van een kantonnier die geregeld moet verhuizen, maar zich uiteindelijk vestigt in Kapelle. Vijf zussen, één broer. IJverige Truitje werkt bij bakker Remijnse als ze de twee jaar oudere stoere boy Gerrit Kosten tegenkomt, vrachtwagenchauffeur; iets van de nieuwe tijd.

 

'Voor zijn rijbewijs moest hij bij Van der Have een achtje rijden in het park, dat was alles. Het is ook even geleden zeg. Jaja, ik heb ook nog meegemaakt dat er op Kapelle drie mensen in een personenauto rondreden: de dokter, Van der Have en Blok van de winkel'. Ofwel de mensen voor wie iedereen in die tijd de hoed licht!

 

Ze moeten trouwen in 1927. Zij is 18 als zoon Dies zich aankondigt. Later volgen Martha, Adrie en Jan. Het leven lijkt hen toe te lachen. Maar het gaat zoals ze veel later in het gesprek zal zeggen: 'Leven is winst en verlies. De eerste helft is winst, de tweede verlies'.

 

Wordt vervolgd.

 

Honderdjarige Zeeuwlingen – deel 2

Honderdjarige Zeeuwlingen – deel 3

Honderdjarige Zeeuwlingen – deel 4

 

Dit boek is te koop bij Bol.com. Klik op de banner voor meer informatie.