Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

662819
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
63
376
1632
204297
9431
15606
662819

Your IP: 18.234.51.17
2019-05-23 02:05

Willem Hijstek, een leven lang met muziek, deel 1

 

Het was aan het eind van de jaren vijftig, misschien het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw dat het bezit van een televisietoestel nog niet voor iedereen was weggelegd. Wel werd er naar de radio geluisterd en hoewel inmiddels zo’n zestig jaar geleden, herinner ik mij dat er op zondag rond het middaguur een aankondiging was van ene Willem Hijstek. Dirigeerde hij een koor, gaf hij een cursus, leidde hij een quiz? Deze drie mogelijkheden komen in het verloop van dit verhaal weliswaar ter sprake, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik niet meer weet waarover het toen ging. Maar bijzonder vond ik het toen mijn eigen naam op de radio te horen. Van genealogie had ik nog nooit gehoord, maar één ding wist ik zeker: deze Willem kon geen familie zijn, zijn naam werd toch heel anders geschreven. Nu, vele decennia later weet ik inmiddels dat hij en ik een aantal eeuwen terug dezelfde voorvader hadden en dat in beide gevallen door ambtelijke verschrijvingen de schrijfwijze veranderde. De achternaam van zijn overgrootvader werd nog geschreven als Heijstek, hetgeen ook bij mij het geval was. In deze publicatie gaat het over Wilhelmus Josephus Hijstek, roepnaam dus Willem, geboren in Nijmegen op 22 april 1914 en overleden in Maastricht op 14 juli 1982. Hij was een zoon van Wilhelmus Cornelis Hijstek en Maria Petronella van Haaften. Zijn volledige afstammingsreeks vindt U aan het eind van dit artikel. [deel 2, red]

 

 

Om zijn levensverhaal zo compleet mogelijk weer te geven werden via Internet vele kranten doorgenomen en daarbij moet worden vastgesteld dat er nauwelijks een naamgenoot te vinden zal zijn over wie zoveel artikelen zijn verschenen. Via het Conservatorium van Maastricht kreeg ik de beschikking over het in 2012 door Jac van den Boogard geschreven jubileumboek:

 “CRESCENDO – Vijftig jaar Conservatorium Maastricht, van regionaal naar internationaal”

In dit fraai uitgevoerde boekwerk werd veel aandacht geschonken aan onze (bijna)-naamgenoot Willem Hijstek en stond men ons toe uit het boek te citeren en gebruik te maken van de foto’s.

 

Al jong succesvol

Willem Hijstek was nog maar net zestien jaar toen hij zijn eerste diploma in de muziek behaalde. Van 28 juli tot en met 1 augustus 1930 werden in Utrecht examens afgenomen door de R.K. Organisten-en Directeuren Vereniging en hij slaagde voor het klein diploma orgel. Twee jaar later deed hij bij dezelfde vereniging, maar nu in Den Haag, wederom examen en behaalde dan het groot diploma orgel. In datzelfde jaar 1932 deed hij op een bijzondere wijze van zich spreken, zoals blijkt uit het hiernaast geplaatste artikel uit het dagblad De Gelderlander van 10 november 1932.

Willems onmiskenbare muzikale talenten kwamen steeds meer naar voren, getuige onder andere een bericht van 27 augustus 1934 over een dienst in de Maria Geboorte Kerk van de Paters Dominicanen in Nijmegen:

 “…dat de Heer W. Hijstek, organist der kerk, met vaardigen hand de zang begeleidde voor en na de plechtigheid eenige composities aan het orgel ontlokte”.

Het kon niet op met de lofuitingen, augustus 1935:

“…..tot slot klonk door het ruime kerkgebouw de 5e symphonie van Widor, op magistrale wijze gespeeld door den directeur-organist der kerk, de Heer W. Hijstek jr.”

Steeds verder bekwaamde hij zich in de muziek, in 1937 slaagde hij voor het staatsexamen piano L.O. en in datzelfde jaar werd een door hem gecomponeerde mis uitgezonden op de K.R.O.-radio. En, alsof hij het nog niet druk genoeg had, in de jaren 1938 en 1939 had hij ook nog de leiding van het Ubbergsch-Beeks Mannenkoor.

 

Veel gevraagd

Het zal geen verbazing wekken dat Willems verdere toekomst nergens anders dan in de muziek kon liggen. Hij had zich inmiddels ingeschreven aan het Amsterdams Conservatorium waar hij in 1942 en 1943 het einddiploma en het staatsdiploma piano m.o.b. behaalde. Tijdens die studie was hij in Nijmegen blijven wonen en gaf daar onder andere leiding aan de gemengde zangvereniging Inter Nos. Via een advertentie vroeg hij in augustus 1941 om meer zingende heren. Ook werd hij muziekdocent aan het Nijmeegsch Canisiuscollege en in de laatste maanden van de oorlog ging hij ook in andere steden lesgeven, in Amsterdam aan de Volksmuziekschool en in Deventer aan de Stedelijke Muziekschool. Het in oorlogstijd heen en weer reizen moet niet gemakkelijk zijn geweest en zonder twijfel een tijd in het geheel niet mogelijk geweest. Na de oorlog werd hij in 1945 leraar aan de muziekschool van het Amsterdams Conservatorium, in 1948 aan de conservatoriumafdelingen a en b daar. Ter verduidelijking: de ene afdeling was voor de amateuristische muziekbeoefening, de andere voor de vakopleiding. Weer iets later werd hij hoofddocent en gaf les in vakken als algemene muziekpedagogie, solfège, gehoor, harmonieleer en muziektheorie. In diezelfde periode was hij tevens acht jaar lang directeur van de Stedelijke Muziekschool van Zaandam. In Amsterdam was hij ook nog dirigent van het kerkelijk zangkoor van de Sint-Nicolaasparochie. Alles bij elkaar een bijzondere lijst van taken en verantwoordelijkheden, waarbij we niet moeten vergeten dat Willem dan nog niet eens vijfendertig jaar oud was.

 

Van Nijmegen naar Amsterdam

Ook toen hij in 1945 les ging geven in Amsterdam, bleef hij in Nijmegen wonen. Intussen had hij de op 31 mei 1919 in Amsterdam geboren Joanna Alphonsa de Lange leren kennen. Volgens de tradities van die tijd zou het logisch zijn geweest als het huwelijk in Amsterdam had plaatsgevonden, maar Willem en Joanna trouwden op 22 augustus 1946 in Nijmegen. Wel had hij een maand voor het huwelijk een woning gehuurd aan de van Breestraat in Amsterdam. Na hun huwelijk vestigde het paar zich aan de Valeriusstraat 232 hs. De aanduiding hs komt, voor zover bekend, alleen voor bij Amsterdamse huisnummers en betekent dat men woont in een benedenwoning. In de jaren 1947 en 1951 werden twee dochters geboren en in dat laatste jaar verhuisde men naar een grotere woning aan de van Tuyll van Serooskerkenweg 109 met toevoeging III, oftewel men woonde drie hoog. Opmerkelijk was dat Willems in Nijmegen wonende moeder van november 1951 tot november 1952 in de Haarlemmerstraat in Amsterdam woonde, maar toch weer terugkeerde naar Nijmegen.

 

Weer nieuwe aanstellingen

Onder de kop ”veel gevraagd” gaf ik U hiervoor een overzicht van de taken en zaken waarmede Willem zich in de jaren veertig en begin jaren vijftig onder andere bezighield. Een toch wel indrukwekkende lijst, hij deed op veel fronten van zich spreken en bleef met grote regelmaat gevraagd worden voor allerlei functies. Een kleine greep: door het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen werd hij al in 1950 benoemd in de examencommissie voor lager en middelbaar muziekonderwijs, de Nederlandse Radio Unie organiseerde vanaf 1952 cursussen voor dirigenten en Willem werd een van de docenten. In 1955 was hij jurylid in de eindronde van een pianowedstrijd voor de jeugd, een jury die werd voorgezeten door de toen zeer bekende componist en dirigent Willem Andriessen. Ook verzorgde hij lezingen, bijvoorbeeld in 1956 voor de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaarsvereniging over een nieuwe richting in het muziektheoretisch onderwijs. Per 1 september 1957 kreeg hij een aanstelling als hoofdleraar theoretische vakken aan het Rotterdams Toonkunst Conservatorium en in de loop van 1958 volgde zijn benoeming tot lid van de staatscommissie voor de muziekexamens m.o.

 

Van Amsterdam naar Maastricht

Op 30 januari 1958 een vetgedrukte kop in de dagbladen, Willem kreeg een aanstelling als adjunct-directeur aan de Amsterdamse Muziekschool. De benoeming zou ingaan per 1 maart 1958, maar spoedig zou blijken dat zijn aanstelling daar maar van korte duur zou zijn.

Want, op 5 november van datzelfde jaar 1958 zien we de naam van Willem Hijstek wederom in een aantal nieuwsbladen verschijnen en bleek dat hij per 1 maart 1959 was benoemd tot directeur van het Conservatorium Maastricht. Met daarbij begeleidende teksten, waarvan enige fragmenten:

“In overleg met de Inspecteur van het muziekonderwijs plaatste het college van B. en W. uit Maastricht de Heer Hijstek als nummer 1 op de benoemingslijst” en

“De Maastrichtse Gemeenteraad heeft tot directeur van het conservatorium voor muziek in de Limburgse hoofdstad benoemd de Heer W.J. Hijstek, adjunct-directeur van het Amsterdams Conservatorium, tevens belast met de algemene leiding van de muziekschool en hoofdleraar algemene muziekpedagogiek. De benoeming door de raad geschiedde zonder discussies of besprekingen over de voordracht met 31 van de 36 stemmen voor.”

Op het moment van zijn benoeming was het conservatorium nog in oprichting, het al eerder aangehaalde boek is hierover duidelijker en schrijft over de opvolging van Willems voorganger Alfons Crolla: “Hij werd opgevolgd als directeur van de muziekschool èn het conservatorium (in oprichting) door de voortvarende adjunct-directeur van het Amsterdams conservatorium, Willem Hijstek, Nijmegenaar van geboorte.”

 

Veel interviews

Het was niet verwonderlijk dat, nadat de benoeming van Willem Hijstek bekend was geworden hij veel aanvragen kreeg voor interviews. Eén daarvan was te vinden in het dagblad De Tijd van 8 november 1958. De interviewer gaf zijn artikel de kop: “Eerst doen en dan praten” en was van mening dat deze slogan uitstekend bij Willem paste en schreef:

“En al hebben we meerdere malen mogen constateren dat hij in het praten beslist niet mis is, toch is het wel duidelijk dat hij aan het doen in zijn leven de eerste plaats heeft toegekend.”

In het gesprek ging Willem ook in op een onderwerp dat hem zeer na aan het hart lag, namelijk het betrekkelijk nieuwe vak: de algemene muziekpedagogiek. Hij was ervan overtuigd dat het muziekonderwijs in de volgende decennia grondig zou veranderen. Het uitgangspunt was de (nog) niet in muziek geïnteresseerde meer bij de muziek te betrekken en de persoon zo nieuwsgierig te maken dat die er alles van wil weten. Letterlijk zei hij:

“In de eerste plaats na te gaan wat er in een kind aan muziek aanwezig is en die mogelijkheden uit te buiten. Het staat er wel simpel, maar er steekt een hele wetenschap achter en het is ook niet nieuw, maar wel veel te weinig in praktijk gebracht.”

 

In een interview kwamen ook zijn herinneringen aan Amsterdam en de vraag of hij en zijn gezin in Maastricht zouden kunnen aarden aan bod. Een citaat uit het eerder genoemde dagblad:

“Het zijn hechte banden die hem met de hoofdstad binden, een van de meest hechte is zijn vriendschap met de man die altijd zijn adviseur en promotor is geweest, componist Ernest W.Mulder, aan wie velen een dierbare herinnering bewaren. De Heer en Mevrouw Hijstek zijn er echter van overtuigd dat ook Maastricht weer z’n nieuwe vrienden mee zal brengen en de beide dochters kan het voorlopig zoveel niet schelen. Als er maar gezwommen kan worden, meent de oudste die elf is en de juffrouw van zeven is alles om het even. Schooltje spelen en in navolging van papa aan de piano zitten en les geven, dat kan je immers overal, nietwaar?”

 

Acht vleugels op één dag

Per 1 maart 1959 was hij dus directeur van het Conservatorium Maastricht en de Stedelijke Muziekschool. Hij wilde zijn leerlingen de beste opleiding geven die er mogelijk was, een opleiding die alle aanwezige talenten zou benutten. Hij wilde bovendien alleen het allerbeste instrumentarium voor zijn studenten, ook om ze liefde voor het instrument aan te kweken. Als pasbenoemd directeur had hij al in 1959 een rapport voor het gemeentebestuur opgesteld waarin hij wees op de ontoereikendheid van het instrumentarium. Hij wist te bewerkstelligen dat het ministerie naar zijn klacht luisterde en maar liefst acht kwaliteitsvleugels financierde. Hij kocht ze allemaal tegelijk op één dag!

 

Meer vernieuwingen

Citaat uit het jubileumboek:

“De energieke nieuwe directeur Willem Hijstek moest een dure belofte bij zijn aantreden in 1958 gedaan, waar maken. Aan het muziekonderwijs in het algemeen werden na de Tweede Wereldoorlog veel hogere, meer professionele eisen gesteld dan voorheen. Zowel voor het conservatorium in oprichting als voor de muziekschool moest een leerplan worden ontwikkeld dat voldeed aan de nieuwe eisen. De directeur begreep als geen ander welke geweldige impact zo’n totaal vernieuwde muziekopleiding zou hebben voor de uitstraling en de naam van zijn conservatorium in binnen-en buitenland.”Maar ook andere zaken die eraan zouden bijdragen dat de naam van het Conservatorium Maastricht breed zou worden uitgedragen hadden de aandacht van Willem Hijstek. Nogmaals het boek:

“Een goed en gerenommeerd docentencorps is alles. Hij faciliteerde zijn docenten in alles om ze te overtuigen in Maastricht les te geven. Dit was een van Hijsteks grootste verdiensten, musici van wereldnaam naar Maastricht halen als docenten. Maastricht heeft het nadeel dicht bij Luik en Aken te liggen, twee steden met gerenommeerde conservatoria. Dat Maastricht toch leerlingen aantrekt, die zelfs de slechte verbinding met een stad als Nijmegen er voor over hebben, heeft een bewijs voor de renommé die het instituut zich verworven heeft. Zo was er inmiddels een complete opnamestudio beschikbaar, een wel zeer kostbaar novum voor een conservatorium in de vroege jaren zestig. Maar ook dat had volgens Willem Hijstek een didactisch doel. Het conservatorium ging jaren van onstuimige bloei tegemoet en wist in korte tijd nationaal en zelfs internationaal een grote naam op te bouwen”.

 

Huisvestingsproblemen

Het voornaamste probleem waarvoor Willem Hijstek zich gesteld zag was het probleem van de huisvesting. Voortdurend was hij in de weer met de uitbreiding van het aantal meer of minder acceptabele lesruimten. Hij ventileerde zijn ongenoegen her en der en wist de huisvestingsproblematiek in 1959 op de agenda van het gemeentebestuur te plaatsen. Hij vroeg de aandacht van de magistraat voor de alleszins bekrompen onderwijsaccommodatie van het conservatorium samen met de muziekschool. Er werden twee plannen ontwikkeld om de ontoereikendheid van de locatie tot een oplossing te brengen, plannen echter die op welhaast onoverkomelijke moeilijkheden stuitten. Maar dan, plotseling doet zich een ongeacht goede mogelijkheid voor om het conservatorium lucht en ruimte te geven. Sinds 1959 was de gemeente Maastricht in bezit van een enorm negentiende-eeuws bakstenen fabrieksgebouw van maar liefst vijf verdiepingen hoog, de zogenaamde Molen van Dolk. Meteen was Willem Hijstek gewonnen voor het idee op die plek in dat prachtig stuk industrieel erfgoed het conservatorium een nieuw onderkomen te geven. Restauratie bleek echter duurder dan sloop en nieuwbouw. Nadat op 18 april 1962 het conservatorium officieel was erkend en in juni 1962 de gemeenteraad een krediet verleende van 4,3 miljoen gulden voor de bouw en inrichting, ging in november 1962 de eerste spa de grond in. Het zou nog enige jaren duren alvorens het geheel kon worden opgeleverd.

 

Minister opende Conservatorium Maastricht

Op 20 september 1965 was het dan eindelijk zover, het conservatorium werd geopend. Door de kranten werd veel aandacht besteed aan dit heuglijke feit, kwamen soms superlatieven tekort. Een bloemlezing:

“Voor de muziekwereld van Nederland en Limburg stond op 20 september 1965 één feit eenzaam voorop: de officiële opening in Maastricht van Nederlands mooiste en West-Europa’s best geoutilleerde conservatorium. In een schitterende concertzaal, gevuld met een groot gezelschap van genodigden, hadden minister M. Vrolijk, gouverneur van Limburg dr.mr. van Rooy, burgemeester van Maastricht mr. W. Michiels van Kessenich, de hoofdstedelijke wethouder van O.K.W., mr. W. Korn en conservatorium-directeur Willem Hijstek op het met een reusachtige bloemenruiker feestelijk gepavoiseerde podium plaatsgenomen om als spreeksolisten in deze conservatorium-ouverture op te treden. Burgemeester Michiels van Kessenich leidde de ruim een uur in beslag nemende “Ode aan die Konservatorium-Freude” in. Zijn dank ging vooral uit naar directeur Willem Hijstek met de volgende woorden: “Met Uw stuwende leiding heeft U onvermoeibaar en onvermurwbaar jaren lang achter iedereen aangezeten zonder de mensen al te boos te maken. Maastricht dankt U voor wat U heeft gewrochten.”

 

Ook de televisie schonk aandacht aan de opening, in het ooit zeer bekende programma Van Gewest tot Gewest was het grootste deel deze keer gewijd aan de opening van het conservatorium. Willem Hijstek toonde de kijkers “zijn” conservatorium.

 

De Willem Hijstekzaal

Willem Hijstek was niet over één nacht ijs gegaan voor hij zijn specifieke ideeën omtrent de functionele indeling van het nieuwe conservatoriumgebouw kenbaar maakte. Hij had een gedetailleerd uitvoeringsplan gemaakt na uitvoerige studie naar de meest optimale accommodatie. Een van de belangrijkste onderdelen van zijn plan was de bouw van een adequate concertzaal. De architect als ook de formele opdrachtgever waren direct overtuigd van zijn uitgebalanceerde plannen en gezamenlijk kwam ze tot een functionele indeling en artistieke vormgeving. De concertzaal, waarvan de akoestiek voortreffelijk is, was de grote trots van Willem Hijstek. Hij was bijzonder vereerd dat de zaal zijn naam kreeg. Aanvankelijk stond zijn portretbuste bij de ingang van de zaal opgesteld, thans is deze bevestigd aan de rechterwand achterin de zaal. Op de foto rechts, net links onder het balkon, is de portretbuste van Willem Hijstek te zien.

 

 

Wordt vervolgd

 
 
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen