Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

632795
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
466
570
2232
172454
12208
17058
632795

Your IP: 107.23.176.162
2019-03-20 21:38

Het portret van Ludovicus Cornelius Wilhelmus Heistek

 

Achter deze prachtige voornamen gaat een man schuil, die ik graag nader aan U wil voorstellen. In het dagelijks leven werd hij gewoon Louis genoemd. Hij werd geboren op 22 november 1874 als zoon van Maarten Johannes Heistek en Ludovica Cecelia Sophia Zilles. Zijn eerste voornaam moet hij vast en zeker hebben meegekregen van de familie van moeders kant. Hij trouwde op 2 juni 1905 in Rotterdam met Anna Maria Pakker, geboren in Rotterdam op 23 augustus 1883 en aldaar overleden op 4 april 1933. Zij was een dochter van Willem Pakker en Alida Conira Hendrika Moerman. Uit dit huwelijk zijn drie zoons geboren: Maarten Johannes op 27 april 1906, Willem op 13 november 1907 en Ludovicus Cornelius Wilhelmus op 9 mei 1917.

U ziet hoe de vernoemingen destijds gingen: de oudste zoon naar vaders vader, de tweede zoon naar moeders vader en de derde zoon naar hemzelf.

 

 

 

 

 

 

Louis was werkzaam in de haven van Rotterdam, aanvankelijk als voorman-havenarbeider, later als controleur bij een havenbedrijf. Eén ding is zeker, hij werkte daar met heel veel plezier. De eerste vijfentwintig jaar van zijn huwelijk gingen dan ook probleemloos voorbij, de grote klappen kwamen in de jaren dertig. Op 4 april 1933 kwam zijn vrouw Anna Maria te overlijden op de zelfs voor die tijd zeer jonge leeftijd van 49 jaar. Louis blijft met zijn drie zoons achter, die allen nog thuis woonden. Een jaar en een dag later, op 5 april 1934, krijgt hij een volgende slag te verwerken. Zijn zoon Willem, nog maar 26 jaar oud, overlijdt ten gevolge van een noodlottig ongeval op zijn werk. Twee zulke grote klappen in een jaar tijd hadden een enorme invloed. Met vrouw en kinderen woonde hij in het westelijk deel van Rotterdam, achtereenvolgens in de Gaffelstraat en de Josephstraat, maar na het overlijden van zijn vrouw wilde hij onder geen beding in het huis blijven wonen waar zij met elkaar zo’n gelukkige tijd hadden. Al op 8 mei 1933, iets meer dan een maand na haar overlijden, verhuisde hij met zijn zoons naar de Zaagmolenkade en betrok een verdieping bij verre familie. Gelukkig ontfermde familie zich over hem, hij werd met regelmaat uitgenodigd mee te gaan op kleine uitstapjes, met de schoonouders van zoon Maarten en de familie van de Zaagmolenkade naar het Drielandenpunt en met Maarten en diens verloofde naar Marken.

 

 

Het overlijden van zoon Willem heeft voor schrijver dezes gevolgen gehad die ik hedentendage nog bemerk, namelijk mijn naam. Als oudste kleinzoon was ik voorbestemd vernoemd te worden naar vaders vader, Ludovicus Wilhelmus Cornelius Heistek. Na het tragisch ongeval van zoon Willem had opa nog maar één wens, dat de oudste kleinzoon naar hem zou worden vernoemd, Willem dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadat zoon Maarten op 30 september 1936 in het huwelijk was getreden met Belie de Graaf en het huis uitging gaat hij met jongste zoon Louis in de kost bij een hospita aan de Noordsingel.

 

Louis was zich goed bewust van de schrijfwijze van zijn naam, maar had (uiteraard) geen enkel benul over de verwantschappen met de EIJ-tak. Dat kwam duidelijk naar voren bij een regelmatig bezoek aan een dropventer met een kraam op de markt. Hij wist dat deze man Heijstek heette maar om welke reden dan ook, zij lagen elkaar in het geheel niet. Er ontstond weer eens een discussie tussen beide mannen en Louis beet de dropventer toe: ”Ik ben toch zo blij dat jouw naam op een andere wijze wordt geschreven, want ik moet er niet aan denken dat jij familie van mij zou zijn!”

 

Ook in de jaren daarna was Louis wel eenzaam, maar zeker niet alleen. Vaak was hij te vinden bij zijn zoon Maarten en mocht gaan wandelen met de kleinzoons Wim en Piet. Dat ging niet altijd goed, zo ook op een zondag aan de Kralingse Plas. Dichtbij het water eendjes voeren is leuk maar niet als kleinzoon met zijn zondagse kleertjes in het (modderige) water valt. Paniek bij Louis, maar hij had de oplossing: kleertjes uit en wassen in de Kralingse Plas. Ging niet echt goed, sterker gezegd de kleertjes werden nog vuiler en met lood in de schoenen toog hij huiswaarts. Maar niemand kon kwaad op hem worden.

 

Na vrouw en zoon kwam ook Louis op een bijzonder tragische wijze om het leven. Na een bezoek aan zoon Maarten op 1 februari in het oorlogsjaar 1943 ging hij lopend naar zijn kamer aan de Noordsingel. Het was een donkere winteravond en mede vanwege de door de Duitsers verplicht gestelde verduistering kon hij nauwelijks iets zien. Hij moest over de brug in de Rotte maar zag deze niet en liep pardoes het water in en verdronk.

De volgende ochtend werd hij gevonden. De verdrietige familie liet twee dagen later een advertentie plaatsen in het dagblad “Rotterdamsch Nieuwsblad”.

 

 
 
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen