Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

534141
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
261
778
261
74183
16044
20533
534141

Your IP: 54.224.118.247
2018-10-21 07:02

Een bijzonder familieverhaal, deel 1

 

Over Johannes Cornelis Heijstek en zijn dochter Selma Heijstek

 

Het zal de aandachtige lezer al eerder zijn opgevallen dat voor artikelen op dit weblog regelmatig wordt teruggegrepen op artikelen die eerder werden gepubliceerd in het toen nog papieren Heijstek-familieblad BIJ UITSTEK. Dat gebeurt om uiteenlopende redenen, bijvoorbeeld omdat de redactie vindt dat het betreffende artikel het waard is nogmaals onder de aandacht te worden gebracht, maar ook dat met een herpublicatie zoveel jaar later weer een ander publiek kan worden bereikt. Verder en zeker niet onbelangrijk: soms kan het verhaal worden aangepast dan wel worden geactualiseerd omdat nieuwe feiten bekend werden.

Selma Heijstek in actie

 

Piet’s zoektocht naar meester Heijstek

In de toenmalige serie “Heistek verhalen uit de Zaanstreek” schreef Piet Heistek in het familieblad van september 2003 over een bezoek dat hij voor genealogisch speurwerk rond 1980 had gebracht aan een archief. Hier kreeg hij een krantenartikel uit 1951 onder ogen over ene meester Heijstek uit Zaandam. In die tijd bestond er nog geen familiestichting en was er nauwelijks contact tussen naamgenoten die zich bezighielden met onderzoek naar onze stamboom. Niet verwonderlijk dat Piet destijds schreef: “In eerste instantie dacht ik dat het om een typefout ging, want alle Heistekken uit de Zaanstreek schrijf je met EI en niet met EIJ. Nadat wij een stichting waren geworden en de bestuursleden hun gegevens hadden uitgewisseld, kwamen de gegevens van de betreffende meester Heijstek boven water.” Mede door de inmiddels georganiseerde familiedagen kwam Piet in contact met Selma Heijstek, die een dochter bleek te zijn van deze meester Heijstek. Het bewuste krantenartikel met aanvullingen van Selma werd dus in september 2003 opgenomen in ons familieblad, in september 2004 gevolgd door Selma’s eigen herinneringen, met name aan haar atletiekcarrière. Sindsdien zijn weer veel nieuwe archieven beschikbaar gekomen en kwamen nieuwe feiten en verhalen naar voren. Al met al reden genoeg de verhalen over dit bijzondere gezin aan te vullen, te actualiseren en te plaatsen.

 

Kennismaking met meester Heijstek

Selma Heijstek kon dus vertellen dat het in het krantenknipsel ging om Johannes Cornelis (Joop) Heijstek, geboren in Zwijndrecht op 15 maart 1904 en op 28 januari 1976 in Rotterdam overleden. Hij was een zoon van Bastiaan Heijstek en Teuntje Goud.  Hij trouwde op 26 september 1929 in Ouderkerk aan de Amstel met Betje Elberg, geboren in Veendam op 16 oktober 1904 en op 23 november 1992 overleden in Zwijndrecht. Zij was een dochter van Nathan Elberg en Sara de Vries. Johannes Cornelis was van huis uit Nederlands-hervormd en hij volgde een opleiding tot onderwijzer. Nog maar achttien jaar oud kreeg hij in 1922 zijn eerste aanstelling, op een school in Meeuwen. In het kader van onze familiegeschiedenis toch wel bijzonder, want waarschijnlijk zonder dat hij het wist ging hij lesgeven in het gebied van zijn verre voorvader Adrianus, in 1765 geboren in het niet ver van Meeuwen gelegen Almkerk. Deze Adrianus verhuisde later naar Fijnaart waar ook Joop’s ouders werden geboren. In Meeuwen zou hij maar een jaar blijven om tussen 1923 en 1929 les te gaan geven in de noordelijke provincies, in Zwartemeer, Nieuw-Weerdinge en Emmer-Compascuum. In 1929 werd hij aangesteld als onderwijzer in Ouder-Amstel, waar hij ook ging wonen en waar op 26 september 1930 zoon Anton Nico werd geboren. Joop zou daar twee jaar blijven, in 1931 kwam hij met vrouw en zoon naar Zaandam waar hij les ging geven op de Havenschool, welhaast vanzelfsprekend gevestigd in de Havenstraat. In Zaandam werd het tweede kind van Joop en Betje geboren, op 18 april 1933 kwam dochter Selma ter wereld. Joop was klaarblijkelijk nogal avontuurlijk ingesteld en verhuisde nogal eens. Kijk maar eens naar het aantal plaatsen waar hij tussen zijn eerste aanstelling in 1922 en zijn verhuizing naar Zaandam in 1931 heeft gewoond. Het zou niet vreemd zijn geweest als de verhuisdozen niet altijd werden uitgepakt, want ook binnen de grenzen van Zaandam werd in vijf jaar tijd een drietal keren van woning gewisseld. Sinds september 1935 woonden zij aan het Apolloplantsoen 15 in Zaandam. In 1937 zou ook Betjes moeder, Sara Elberg-de Vries een aantal jaren bij hen intrekken.

 

Meester Heijstek met klassen van de Havenschool op schoolreisje 1936-1937

Door de Duitse bezetter ontslagen

Vanaf 6 oktober 1940 werden, in opdracht van de Duitse bezetter, vragenlijsten naar alle ambtenaren gestuurd om uit te zoeken welke ambtenaren van Joodse afkomst waren. In deze zogenaamde ariërverklaringen moest men niet alleen van zichzelf, maar ook eventueel van de echtgenoot opgeven of men joods was of niet. Met behulp van deze verklaringen wilde de bezetter inzicht krijgen welke openbare functies bekleed werden door Joden om hen vervolgens te ontslaan. Degene die de verklaring weigerde te ondertekenen werd in ieder geval ontslagen. Vanwege zijn huwelijk met de joodse Betje Elberg moest ook Joop Heijstek deze verklaring invullen. Aanvankelijk had dit geen gevolgen, maar op 18 februari 1941 kreeg hij een beschikking van de NSB-burgemeester van Zaandam dat hij per 1 april 1941 was ontslagen. In het hiervoor al aangehaalde krantenbericht uit 1951 kwam hij ook nog terug op die tijd en sprak zijn grote waardering uit voor het medeleven van de bewoners van het Havenkwartier tijdens zijn gedwongen ontslag in die moeilijke oorlogsjaren. Het toenmalige regime wenste hem niet in de gemeenschap, maar bij de Havenbewoners bleef hij de meester van de Havenschool. Dit warme medeleven was voor hem een steun, die hij nodig had en vormde een stimulans om door die zware jaren heen te komen.

 

1942: Verplicht verhuizen naar Amsterdam

Aanvankelijk leek de Jodenvervolging grotendeels aan de Zaanstreek voorbij te gaan. De Jodenster, die per 1 september 1941 was ingevoerd, werd hier nauwelijks gedragen. Maar toch……Zaandam werd door de Duitsers geselecteerd als proefgemeente voor de uitzetting van joodse inwoners naar getto’s vanwaar deportaties makkelijker zouden zijn. De proef ging van start in de ijskoude maand januari 1942. Voor het gezin Heijstek-Elberg brak een spannende tijd aan. In eerste instantie waande men zich veilig, Johannes Cornelis Heijstek  was een christen en de evacuatie zou niet van toepassing zijn op gemengde huwelijken. Door de ene politieman werd dit bevestigd, men kreeg zelfs de reeds ingenomen huissleutels terug. Een andere politieman was het hiermede geenszins eens en op 26 januari 1942 verordonneerde hij dat ook de groep gemengd gehuwden binnen zes dagen Zaandam moest hebben verlaten. Op 2 februari werd vastgesteld dat het huis aan het Apolloplantsoen in Zaandam verlaten was en per die datum stond het gezin ingeschreven in de Jodenbreestraat 66 III in Amsterdam. Weliswaar had men de huisraad mee mogen nemen, maar had daarvan afgezien. De in Zaandam achtergebleven huisraad werd opgeslagen bij hun achterburen, een smederij en machinefabriek. Het vertrek was waarschijnlijk hals over kop, want toen de buren de kachel wilden meenemen voor opslag, bleek deze nog te branden. Saillant detail: in sommige kamers waar geen verwarming was had men moeite de gordijnen weg te halen, deze waren door de strenge vorst aan de ramen vastgevroren.

 

Moeder Betje naar kamp Westerbork

Rond de wijk in Amsterdam waar de gemengd gehuwde, maar niet-godsdienstige familie Heijstek terechtkwam, stonden sinds 12 februari 1941 borden met de tekst: “JUDENVIERTEL / JOODSCHE WIJK”. Van tijd tot tijd vonden er razzia’s plaats, zo ook op 26 mei 1943. De wijk werd afgegrendeld en overal stonden Duitse soldaten. Joodse inwoners werden opgepakt en naar een terrein gebracht bij het station Muider Poort, vanwaar na urenlang wachten een speciale trein de opgepakten naar kamp Westerbork bracht. Die dag waren Ton en Selma naar school. Teruggekomen bij de wijk werden ze gewoon doorgelaten, als zogenaamde “Mischlinge” hoefden zij geen ster te dragen. Toen zij thuiskwamen, bleek hun moeder weg te zijn. Ondanks haar gemengde huwelijk, was zij tijdens de razzia opgepakt en afgevoerd naar Westerbork. Johannes Heijstek richtte zich tot allerlei instanties om zijn vrouw vrij te krijgen, wat uiteindelijk na zeven weken lukte.

Betje Heijstek-Elberg in september 1943 na terugkeer uit kamp Westerbork

 

Meer angstige momenten

Sara Elberg, de moeder van Betje die in Zaandam enige tijd had ingewoond bij haar dochter en schoonzoon, was kort voor de oorlog weer naar Groningen vertrokken. Hier kreeg zij in 1943 een oproep voor “Arbeidsverruiming” in Duitsland. Een rijtuig zou haar komen ophalen, maar toen dat niet gebeurde leek het haar beter naar haar dochter Betje in Amsterdam te gaan. In feite dook zij dus onder, maar in de Jodenbreestraat was het niet minder gevaarlijk. Regelmatig vonden er razzia’s plaats in de buurt. Het gezin van Joop en Betje woonde op de derde verdieping en op de zolder zaten diverse joodse mensen, bij wie oma Elberg zich voegde. Op een gegeven moment stond Joop Heijstek boven aan de trap en zag een Duitse soldaat naar boven komen die vroeg: “Sind hier Juden?” Joop pakte de Duitser bij zijn schouders en zei:“Nee. Of wil je komen kijken?” Dat deed hij niet, mompelde: ”Ist schon in Ordnung” en ging de trap af. Voor oma Elberg was het ook hier te gevaarlijk en zij ging terug naar Groningen.

 

Na de oorlog terug naar Zaandam

Het gezin van Johannes Heijstek overleefde de oorlog en in mei 1945 kon men terugkeren naar Zaandam. Zij konden weer in hun oude huis aan het Apolloplantsoen terecht, daar hadden de nieuwe bewoners in toegestemd. Maar dat wilden ze niet en kregen vervolgens het huis toegewezen van een foute oud-wethouder, die met zijn vrouw direct na de bevrijding was opgepakt. Het huis was gelegen aan het Prins Hendrikplantsoen. Oma Elberg had eveneens de oorlog overleefd en kwam in 1945 weer bij haar dochter Betje in Zaandam wonen. Zij overleed daar in augustus 1946. Gezien het leed dat hen was overkomen diende Johannes na de oorlog een verzoek tot schadevergoeding in. De gemeentelijke commissie die de aanvragen behandelde vond het verzoek echter niet steekhoudend. Als gemengd gehuwden hadden zij toch een groot deel van hun inboedel kunnen behouden. Dat ze in 1942 door de gemeentepolitie van Zaandam op straat waren gezet en drie jaar lang onder grote bedreiging in Amsterdam hadden moeten overleven werd niet gezien als “rechtstreekse oorlogsschade”. Joop Heijstek kon weer les gaan geven op de Havenschool, die hij in 1941 op gezag van de bezetter, verplicht had moeten verlaten.

Onder leiding van meester Heijstek lopen leerlingen van
de Havenschool in Zaandam de Vierdaagse 

 

Meester Heijstek met een klas van de Havenschool, Zaandam

 

Naar Rotterdam

Joop bleef tot 1951 verbonden aan de Havenschool. In dat jaar werd hij benoemd tot hoofd van de openbare gemeenschapsschool “Kindervreugd” in Rotterdam. Natuurlijk was hij zeer ingenomen met zijn promotie, zijn ideaal om ooit zelf aan het hoofd van een school te staan was nu verwezenlijkt. Het was echter niet eenvoudig voor hem om de Havenschool te verlaten waar hij twintig jaar met heel veel plezier had gewerkt en door velen zeer werd gewaardeerd. Zoals hij zei: “Het is een gevoel alsof ik ga emigreren, om al mijn vrienden en kennissen te verlaten om in een nieuw en ver land mijn vak uit te oefenen.” De kop boven het artikel in de al eerder geciteerde Zaanse krant was meer dan duidelijk: “Meester Heijstek, vriend van iedere Havenbewoner” en daarna: “Het is niet eenvoudig om dat vaarwel te zeggen, waar je twintig jaren lang je beste krachten hebt gegeven en waar je door een ieder wordt gewaardeerd. Twintig jaren heeft de Heer Heijstek het onderwijs in onze gemeente gediend, al die twintig jaren heeft hij aan de haven gesleten en in die jaren is hij een groot vriend geworden van iedere Havenbewoner. Iedereen kende meester Heijstek en meester Heijstek kende iedereen.”

Op de school in Rotterdam zou hij tot 1962 blijven, het jaar dat hij met pensioen ging.

 

Wordt vervolgd

 

 

Reacties   

0 #1 Marie Hattingh 13-10-2018 10:05
Fred, weereens aan jou en jou helpers met die webblad 'n baie groot dankie.
Kan ek asseblief net stuiwer in die arm beurs gooi. Die berig lees "dat Selma hekkies was" die regte Afrikaanse gebruik egter sou wees "dat Selma 'n baie goeie hekkies atleet was"
Geniet jou naweek.
Citeer | Melden aan beheerder

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen