Heystek familie in Afrikaanse concentratiekampen, deel 2

 

De eerste kampen

Meer dan 30.000 huizen hebben de Engelsen afgebrand en veertig dorpen weren geheel of gedeeltelijk verwoest. Zo werden veel vrouwen en hun kinderen dakloos. De omstandigheden vroegen om maatregelen en leidde tot de zo verfoeide concentratiekampen. Gezinnen die op de boerderijen woonden werden bij elkaar gezet in deze kampen. In totaal werden 120.000 vrouwen, kinderen en ouden van dagen opgesloten. De sterftecijfers in de kampen waren ontstellend: in oktober 1901 telde men bijna 350 doden per duizend bewoners.

 

 

De term concentratiekamp wordt in Nederland geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Het zijn echter de Britten die tijdens de Tweede Boerenoorlog als eersten op grote schaal kampen gebruikten om een hele bevolkingsgroep te concentreren. Deze handeling duidt meteen de oorsprong van de naam aan.

 

In het eerste kamp, dat in Mafeking werd ingericht, werden bejaarden, dakloze vrouwen en hun kinderen opgevangen. In de maanden daarna werden kampen door het gehele land opgezet. Met sprak aanvankelijk van beschermingskampen en van vluchtelingenkampen, maar al snel werden het kampen waar vrouwen en hun kinderen naar werden gedeporteerd om zo hun mannen onder druk te kunnen zetten. De term beschermingskampen is een ongelukkig gekozen naam. In de, ook in Zuid-Afrika, koude winterperiode bieden ze nauwelijks bescherming tegen lage temperaturen en in de hete zomers werd het onder het zeildoek ondraaglijk heet. Over het algemeen werden tenten in open velden zonder enige schaduw opgezet.

 

 

Ook vrouwen van “onze” boerenstrijders werden opgesloten. Zij mochten slechts een minimale hoeveelheid voedsel, kleding en beddengoed meenemen. Een enkeling had vanaf huis een paar kostbaarheden meegenomen. Maar nooit meer dan dat ze konden dragen. Ongeacht de weersomstandigheden werden zij in open vrachtwagens of treinwagons vervoert. Als er geen vervoer was geregeld moesten ze lange afstanden te voet afleggen. De kampen waren meestal overbevolkt. Bij aankomst werden vrouwen en kinderen met soms wel twintig personen in een tent gepropt die geschikt was voor zes personen.

 

De omstandigheden in de kampen waren zeer slecht. Er was sprake van verwaarlozing, te weinig voedsel en slechte hygiëne en voorzieningen. Voedselrantsoenen waren zelden voldoende. Een weekrantsoen bestond uit ongeveer 3 kg meel, 100 gram zout, 150 gram koffie en 330 gram suiker. Kinderen kregen maar de helft hiervan. Wat ze kregen was eigenlijk te weinig om van te leven maar weer net genoeg om niet van de honger dood te gaan. Melk en verse groenten waren schaars en werd alleen verstrekt op medisch advies. Vlees werd zelden uitgedeeld en als het er was nooit aan vrouwen waarvan de echtgenoot een vechtende commando was.

Voor de kampbewoners was zelfredzaamheid aan de orde van de dag, de mogelijkheden daartoe waren beperkt. Het gebrek aan voedsel en hygiëne leidde tot ondervoeding en uitbraken van besmettelijke ziektes als de mazelen, tyfus en dysenterie. Vaak met de dood als gevolg.

Kortom; het waren bittere tijden voor hen die aan het begin van de 20e eeuw in Zuid-Afrika opgesloten werden in concentratiekampen. Terwijl de mannen moedig streden tegen een Engelse overmacht, trachten hun vrouwen en kinderen na deportatie te overleven. Ze moesten overleven onder erbarmelijke omstandigheden. Velen hielden het niet vol. Ook onder de Heystek familie vielen slachtoffers.

 

Heystek mannen, vrouwen en kinderen in kampen

Het laat zich niet meer achterhalen hoeveel Heystekke opgesloten zijn geweest in de tientallen kampen die werden ingericht. Veel van deze vrouwen en hun kinderen zijn opgesloten in het “Irene konsentrasiekamp” dat op 2 november werd 1900 geopend. Vanaf de eerste dag groeide het aantal “bewoners” drastisch. Op het hoogtepunt waren hier 5400 personen bijeen gebracht.

 

 

Anna Maria Heystek-Erasmus

Jan Heijstek, landdrost van Waterberg was krijgsgevangen gemaakt en overgeplaatst naar een concentratiekamp. Daar ontving hij het smartelijke bericht dat zijn zoon Jan Heystek tijdens zijn commando te Wijsfontein was overleden. Zijn echtgenote Anna Maria Erasmusverbeef in “Irene” het concentratiekamp in Pretoria. Zij was een van de vele vrouwen die in het kamp ziek is geworden. Op 31 januari 1902 is zij daar overleden en werd 48-jaar.

Klik hier voor haar BCCD-record.

 

Catharina Petronella “Catoo” Du Plessis

Zij was getrouwd met de landbouwer Abraham Eliza "Braampie" Heystek en zal er dankbaar voor zijn geweest dat zij in Irene samen met haar zes kinderen in een en dezelfde tent (RT 2288) kon verblijven. Zij zijn afkomstig van Rooikoppies bij Rustenburg. Catoo is 44 jaar als zij op 9-5-1902 arriveert. Een maand later wordt zij al overgeplaatst naar kamp II.

Klik hier voor haar BCCD-record.

Haar kinderen overleven het verblijf in de kampen.

Jan Heystek

Jan Adrian Heystek

Abram Eliza Heystek

Johanna Elizabeth Heystek

Aletta Elizabeth Heystek

Anna Maria Heystek

 

Isabella Elizabeth Heystek-du Plessis

Haar man was Petrus Johannes Heystek. Het verblijf in verschillende kampen laat zich niet nauwkeurig te reconstrueren. Van Isabella Elizabeth weten we dat zij 27 jaar oud is als ze op transport naar Wentworth wordt gezet. Daar arriveerde zij op 9 april 1902. Vijf maanden later werd ze overgeplaatst naar Jacobs Siding waar ze op 10 september 1902 aankomt om twee weken daarna in Irene te worden geïnterneerd. Aannemelijk is dat zij eerder in Irene heeft vast gezeten. Daar maakte zij drie grote drama’s mee.

Op de tiende maart 1901 overlijdt in Irene haar tweejarige zoon Jan.

Een kleine maand later moet zij noodgedwongen afscheid nemen van haar dochter Hester die dan vijf jaar oud is.

Ook haar derde kind, de achtjarige Petronella overlijdt in Irene. Het is dan 16 april 1901. Kan een drama groter zijn als in een periode van zes weken je drie kinderen overlijden?

Isabella Elizabeth overleeft het kamp wel. Na de oorlog zal zij met haar man Petrus Johannes nog vier kinderen krijgen.

Klik hier voor het BCCD-record van Isabella.

 

Amarenthia Margaretha Heystek-van Helsdingen

Hoewel het niet uit de openbare registers blijkt, zal het ongetwijfeld waar zijn dat de echtgenote van Joost Heystek, mw. Amarenthia Margaretha van Helsdingen, met haar kinderen in kampen opgesloten is geweest. Het gezin is afkomstig van boerderij Rhenosterpoort in het district Waterberg.

Bekend is dat haar dochter Aletta Elizabetha Frederika Heystek in kamp Nylstroom als gevolg van mazelen en een longontsteking in het kamp is overleden. Het kindje bereikte slechts de leeftijd van vijf jaar. Op haar record (klik hier) is te lezen dat zij voor haar overlijden geregistreerd is geweest in kamp Vryburg.

 

Anna Heystek

Van haar is vooralsnog niet te achterhalen wie haar ouders zijn. Volgens het BCCD-record (klik hier) weten we dat zij afkomstig is van boerderij Rhenosterpoort in het district Waterberg. In het kamp Nylstroom is zij op zesjarige leeftijd aan mazelen en bronchitis overleden. Ze overleed op 12 of 28 augustus 1901.

Kijkend naar de geografische omgeving vanwaar zij is gekomen, valt niet uit te sluiten dat zij een dochter is van Amarenthia Margaretha Heystek-van Helsdingen. Bewijs daarvoor is echter niet gevonden. Ook Anna was eerder in kamp Vrijburg.

 

Michael E. Heystek (Michael Christiaan Heystek)

Net als van de eerder aangehaalde Anna Heystek, is dit kind afkomstig van afkomstig van boerderij Rhenosterpoort in het district Waterberg. Ondanks dat het niet blijkt uit de Heijstek-familiestamboom, gaat het ook hier vermoedelijk om een kind van Joost Heystek en van Amarenthia Margaretha van Helsdingen. Hij overleed op 12 of 28 augustus 1901.

Nadat ook hij eerder in het kamp Vryburg is geweest, overlijdt hij in 1901 in Nylstroom aan mazelen en longontsteking. Hij is dan één jaar en zes maanden oud.

Klik hier voor zijn BCCD-record

 

Piet Heystek

Zijn BCC ID-nummer volgt op dat van Anna en Michael. Net als die kinderen was hij eerder in Vryburg voordat hij in Nylstroom aankomt. Het zijn aanwijzingen dat het kinderen uit een zelfde gezin betreft. Overeenkomstig aan Anna en Michael is hij van de boerderij Rhenosterpoort in het district Waterberg. Piet is negen jaar als hij in Nylstroom overlijdt. Ook hij zou dus een kind van Joost Heystek en van Amarenthia Margaretha van Helsdingen kunnen zijn.

Klik hier voor zijn BCCD-record.

 

Aletta Elizabeth Heystek

Is een dochter van Joost Heijstek en van Amarenthia Margaretha van Helsdingen. Aletta overlijdt op 5 jarige leeftijd aan mazelen en pokken in KC Nylstroom. Eerder verbleef zij in KC Vryburg.

Klik hier voor haar BCCD-record

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anna Elizabeth Frederika van Rooyen-Heystek

Onder deze naam komt zij voor in het BCCD-register. In de Heijstek-database kennen wij haar als Anna Elizabeth Frederika Heystek getrouwd met Leunis Adriaan van Rooyen.

Anna is 32 jaar als zij op 26 augustus 1901 aankomt in Irene waar zij blijft tot 13 oktober 1901. Daarna wordt ze overgeplaatst naar Durban. Zij overleeft de kampen wel. Anna is afkomstig van Rooikoppies bij Rustenburg.

Voorafgaande aan haar verblijf in Irene verbleef zij in Nylstroom.  Daar overkwam haar het drama dat haar drie kinderen het kamp niet overleefden.

Aletta Elizabeth van Rooyen; overlijdt op 24 augustus 1901

Jan van Rooyen; overlijdt op 9 augustus 1901

Maatje Maria van Rooyen 23 augustus 1901

Klik hier voor het BCCD-record van Anna Elizabeth van Rooyen-Heystek.

 

Hester Maria Heystek

Hester is een dochter van Johannes Roza Heystek en van Engela Wilhelmina Christina Erasmus. Zij zou op “Bospoort” gewoond hebben.  Zij was zeven jaar toen zij aan koorts overleed in KC Irene.

Klik hier voor haar BCCD-record.

 

Jan Heystek

Op zijn kaart is aangetekend dat het “mannetje” in Irene aan zwakheid is overleden. Hij is dan nog maar één jaar oud. Net als de hiervoor genoemde Hester staat op zijn record dat hij lid is van de Heystek familie in Rustenburg. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat het hier broer en zus betreft.

Klik hier voor zijn BCCD-record.

 

Petronella Margrita Heystek

Ook deze Heystek dochter overlijdt in Irene aan mazelen en longontsteking. Ze is dan nog maar negen jaar oud. De unieke ID-nummers in het BCCD register van de bovengenoemde Hester Maria, Jan en Petronella Heystek zijn opeenvolgend. Niet uit te sluiten is dat het kinderen uit eenzelfde gezin betreft.

Klik hier voor haar BCCD-record.

Op de Irene begraafplaats is een graf met een herdenkingssteen met daarop de namen van de drie voornoemde kinderen.

 

 

Martha Magdalena de Ridder

Is 24-jaar als zij op 15 juli 1901 in Mafeking aankomt. Haar man Jan Heystek is een maand eerder in Waaikraal overleden. Martha is een jonge weduwe. Zij arriveert in het kamp met haar één jaar oude zoon Jan die aan het einde van dat jaar als gevolg van diaree in Mafeking zal overlijden.

Klik hier voor zijn BCCD-record.

 

Klik hier voor een website met namen van geïnterneerden.

 

Slot

De aanhoudende oorlog begon de Boerengemeenschap steeds zwaarder te vallen. De maatregelen van de Engelsen misten hun effect niet. Na een guerrillaoorlog van bijna twee jaar keerden de Boeren terug naar de onderhandelingstafel. De gesprekken leidden op 31 mei 1902 tot de Vrede van Vereeniging.

 

Ondanks dat hun reputatie was geschaad, werd Groot-Brittannië gezien als de winnaar van de Boerenoorlog. Maar niet zonder verliezen. Meer dan 222.000 militairen zijn tijdens de oorlog omgekomen waarvan meer dan 50% daarvan als gevolg van ziekten. Daarnaast verloren zij 400.000 paarden en muildieren. De verliezen aan de zijde van de Boeren waren ook aanzienlijk en nauwelijks te bevatten. Niet voor niets verkeerden velen in een shock. 34.000 personen overleefden de oorlog niet. 6.000 van hun tijdens oorlogshandelingen, 2.800 in de kampen waarvan het merendeel kinderen. Miljoenen koeien, paarden en schapen vonden de dood. Veertig dorpen waren verwoest, tienduizenden boerderijen vernield waarvan velen in rook opgegaan. Landbouwgronden lagen braak.

 

 

De Boeren konden opnieuw aan de opbouw van hun land aanvangen. De ex-gevangenen keerden terug naar huis en haard waar velen hun woning van de grond moesten herbouwen of waaraan veel herstelwerk nodig was. Zo goed en kwaad als het ging werd het normale leven hervat. Littekens in hun ziel veroorzaakt door het overlijden van partner en/of  kinderen in de concentratiekampen bleven achter.

 

 

Nawoord

Bij de auteur van deze publicatie is een oprechte spijt dat dit overzicht niet volledig is te maken. De voorafgaande opsomming van Heystek kampgedetineerden is verre van volledig. Zo weten wij volgens de publicatie van Alet Potgieter dat haar oma Aletta Johanna Elizabetha Heystek-Botes met haar drie Heystek kinderen in het Irene kamp heeft gewoond. Haar naam en die van haar kinderen zijn we niet in overzichten tegengekomen. De Engelse registers zijn niet altijd zorgvuldig bijgehouden. Namen werden onjuist of onvolledig gespeld. Het maakt het moeilijk deze personen terug te vinden in onze stamboom.

 

Versoek

Ken jy die name van Heystek familielede wat in een van die Afrikaanse konsentrasiekampe opgesluit gewees het? Laat my weet sodat ons hulle nie vergeet nie. U weet dit: Tyd verby, herinnering bly.

U ken my adres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Lees ook: Heystek familie in Afrikaanse concentratiekampen, deel 1