Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

534159
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
279
778
279
74183
16062
20533
534159

Your IP: 54.224.118.247
2018-10-21 07:03

“Heystekke” in Zuid-Afrika, deel 10

 

Seuns van Doornkom, Klipfontein, Leeuwdoorns, Lisbon, Vaalkop en Waaikraal

 

Joost Heystek, een zeer gewaardeerde schoolmeester

 

De naam Joost Heystek komt in de Heijstek familie veel voor en niet alleen in Afrika. De hier aan de orde zijnde Joost is een kleinzoon van de uit Nederland geëmigreerde Joost Heijstek.

 

Deze jonge Joost Heystekis op 13 mei 1897 geboren in Vaalkop, district Waterberg en is de oudste zoon van Jan Heystek en Maria Magdalena Smit.

Eind december 1923, Joost is 26 jaar, trouwt hij de dan 17 jarige Margaretha Louisa Smit.

Samen werden ze de ouders van vijf kinderen.

·         Jan (1928)

·         Gerardus Marthinus (1931-1977)

·         Geertruida Johanna (1936)

·         Maria Magdalena (1939)

·         Louisa (1947)

 

Nadat Joost op Vaalkoop zijn schoolcertificaat had weten te verwerven werd hij gedurende vijf jaar leraar aan het Normaalkollege. Om zich nog verder te bekwamen als onderwijzer vertrekt hij naar Ermelo (ZAF) waar hij in 1922 uit een groep van 52 studenten wordt onderscheiden met een gouden medaille voor verdienstelijkheid.

Het leraarschap zat hem echt in het bloed. Het onderwijzen en opvoeden van de jeugd bracht hem veel bevrediging. Gedurende veertig jaar zal hij voor de klas blijven staan. In dat tijdperk was hij 3½ jaar superintendent van “Ons Hoopkoshuis vir Meisies” in Nylstroom en diende hij de Transvaalse Onderwijzers Vereniging als lid van het hoofdbestuur.

Toen het moment kwam waarop Joost Heystek het leraarschap moest neerleggen was hij hoofd van de “Hoëskool Nylstroom”.

 

Zijn bestuurlijke bekwaamheid wendde hij ook op politiek terrein aan. Gedurende drie jaar was hij lid van de Dorpsraad van Nylstroom waarvan hij twee jaar vice-voorzitter was. Van 1958 tot 1970 was hij Volksraadlid van Waterberg en oefende in die jaren ook een functie uit binnen het hoofdbestuur van de Nationale Partij in Transvaal. Ook trad hij toe tot het “Uitvoerende Komitee van die Transvaalse Munisipale Vereniging” en was lid van het Distrikts bestuur van de Voortrekkerbeweging”. Niet onvermeld dient te blijven zijn voorzitterschap van het “Noord-Transvaalse Droogtekomitee”.

 

Hij diende zijn vaderland waar het voor hem maar mogelijk was en werd commandant van generaal C.F. Beyers Voortrekkerkommando, voorzitter van de Nylstroomse Burgerlijke Vereniging, curator van het Ludwig-Fieldfonds, lid van het Kruger Comité en van het “Senior Rapportryerskorps”.

 

Als een overtuigd gelovig mens was hij van mening dat hij ook daar moest bijdragen waar het kon en was hij veertig jaar lang Kerkraadslid van de Gereformeerde Kerk, Waterberg.

 

Gedurende zijn rijke leven heeft hij zich ingezet voor de bouw van drie stuwen in de Phalalarivier, de Glen Alpinedam in Magalakwin en de Hans Strijdomdam in Maol.

 

In 1979 werd aan hem een levensslang lidmaatschap toegekend van “Sabra” en aan de “Club van 100” van de Universiteit van Zuid-Afrika voor bijzondere diensten van hem.

 

Waar hij de tijd vandaan haalde mag een raadsel wezen. Maar vanaf zijn veertiende jaar schreef hij gedichten. Hij hield van de schrijfkunst en bleef dat zijn leven doen. Zijn proza beschouwde hij blijkbaar als een persoonlijk bezit en liet zijn dichtbundels niet publiceren.

Anders was het bij de schoolliederen die hij schreef voor de drie scholen in Nylstroom; te weten de “Hoërskool”, de “Laerskool Eenheid” en de “Susan Strijdomskool”. Verder was hij de schrijver van het lied van het Waterberg Commando.

 

Met zo een rijk leven kan het niets anders zijn dan dat Joost een groot archief met voor geschiedkundigen belangrijke documenten bezat. Zijn laatste levensjaren besteedde hij aan het uitzoeken en ordenen van de twintigduizend documenten die in zijn bezit waren gekomen. Veel van die documenten heeft hij voor nader onderzoek overgedragen aan het Staatsarchief, aan de afdeling Eigentijdse Geschiedenis van de Universiteit van Bloemfontein en aan het Onderwijsmuseum in Pretoria.

 

Vanwege zijn onvoorwaardelijke inzet voor de gemeenschap kende de Stadsraad van Nylstroom hem op 22 augustus 1980 het Ereburgerschap toe.

 

Joost Heystek overleed op 3 augustus 1985.

 

 

Slot; met deze aflevering eindigt de reeks publicaties “Heystekke” in Zuid-Afrika” 

 

Lees ook:

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 1

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 2

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 3

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 4

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 5

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 6

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 7

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 8

“Heystekke” in Zuid-Afrika , deel 9

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen