Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

760204
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
493
454
2547
300379
7057
17930
760204

Your IP: 35.175.180.108
2019-11-13 20:30

Voor landloperij naar Veenhuizen

 

Andries Hijstek en Dirk Heijstek werden veroordeeld

 

Het noordwesten van de provincie Drenthe maakte ooit deel uit van een groot veengebied. Een ietwat desolate plek, waar verspreid een aantal buurtschapjes lagen waaronder Veenhuizen. Niet voor niets werd het gebied in vroeger tijden ook wel Hollands Siberië genoemd. Wat heeft dat uitstaande met de Heijstek-familie?

 

In 1823 kocht de Maatschappij van Weldadigheid daar zo’n drieduizend hectare grond aan om drie gestichten te bouwen met de bedoeling 4000 wezen, 500 arme gezinnen en 1500 landlopers onder te brengen. Deze maatschappij wilde de armen met vooral landarbeid tot deugdzaamheid leiden, een welgemeende poging de onderklasse te verheffen, zoals dat toen officieel heette. Om deze aantallen in het juiste perspectief te zien moet U weten dat Nederland toen ongeveer twee miljoen inwoners telde, waaronder zich zo’n 200.000 behoeftigen bevonden. Dit grote aantal armen was onder meer het gevolg van de slechte economische situatie. In 1859 nam de Rijksoverheid de gestichten over, wezen en vondelingen maakten plaats voor mensen die veroordeeld waren tot een gevangenisstraf. De gevangenen leefden zij aan zij met de “verpleegden”: de landlopers en de bedelaars. Het onderscheid was te zien aan de kleding. Uit het gehele land werden zij naar de heropvoedingkolonie gestuurd, waar zij aanvankelijk turf moesten steken, later het land bewerken.

 

 

Allereerst de vraag: wat is een landloper en deed hij iets strafbaars? Welnu, een landloper is iemand die geen beroep, geen vaste woonplaats en geen middelen van bestaan heeft. Door armoede gedwongen en omdat er geen werk te krijgen was, verlieten mensen huis en haard en zwierven rond op straat. Op het platteland, vooral in de zomer, kwam men ze vaak tegen, altijd hopend op werk, onderdak, eten en loon. Sommigen werden bekenden , kwamen jaarlijks op vaste tijden terug en werden in de dorpsgemeenschap geaccepteerd. Hoe anders was dat in steden: hun aanwezigheid deed afbreuk aan het imago van de stad en het bestaan van landlopers werd volledig afgekeurd door de elite. Zij zagen het liefst dat zij allen ver weg werden gestopt in gevangenissen, werkkampen of inrichtingen.

Toen Nederland in de vroege negentiende eeuw zijn eerste Wetboek van Strafrecht kreeg (aanvankelijk anders geheten) werd landloperij als een misdrijf daarin opgenomen. Puur het feit dat iemand zonder bestaansmiddelen rondzwierf was genoeg grond voor een veroordeling. Het verbod op landloperij was feitelijk een miskenning van de situatie daar het voor veel mensen onmogelijk was werk te vinden. Pas in het jaar 2000 is landloperij officieel uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt.

 

Een demograaf van het C.B.S. berekende dat zeker één miljoen Nederlanders verwantschap hebben met de zogenaamde arme sloebers die ooit naar Veenhuizen werden gestuurd. Een aantal jaren geleden lanceerde het Drents archief een unieke database, persoonsregisters van die negentiende-eeuwse armenkolonies werden openbaar gemaakt, kaarten met foto’s en signalementen van landlopers en bedelaars konden worden ingezien. Wij behoeven ons niet te generen dat een naamgenoot ooit in Veenhuizen verbleef, wij zijn in goed gezelschap: ook verwanten van onder andere Bert Haanstra, Ruud Lubbers, Geert Mak, Alexander Pechtold en Anton Pieck waren daar.

U begrijpt het ongetwijfeld, ook ik raadpleegde de archieven om te zoeken naar een naamgenoot: twee zijn er gevonden en waarvan de administratie zodanig was dat we hen zo voor de geest kunnen halen.

 

Op 10 september 1896 werd Andries Gerardus Franciscus Hijstek opgenomen in Veenhuizen na door de Rechtbank van Utrecht te zijn veroordeeld voor landloperij. Zou hij tegenwoordig een “draaideurlandloper” worden genoemd? Reeds vijf keer eerder was hij voor landloperij en bedelarij veroordeeld. Deze Andries was op 10 januari 1846 in Den Haag geboren, als zoon van Teunis Heijstek en Gonda Margaretha Huiskens, was 1.70 meter lang en volgens het signalement had hij een “neusspraak door gemis van gehemelte”. Van de maat van zijn voeten tot aan die van zijn hoofd en alles er tussenin, staat vermeld.

 

Dirk Pieter Heijstek, geboren in Dordrecht op 22 augustus 1857, als zoon van Jacobus Willem Heijstek en Adriana Mullaard, woonde in den Haag toen hij op 16 januari 1900 tot een verblijf in Veenhuizen werd veroordeeld, eveneens voor landloperij. Voor Dirk was het de eerste veroordeling, hij was 1,746 lang, had een snijwond in de muis van zijn hand, een pokwond boven de neuswortel en een steenpuistwond op de rug. (!!) Hoezo een overvloed aan informatie ?

 

Samenvattend, deze mensen waren geen criminelen, het leven van een landloper was heel hard en zwaar, zij hadden een laag aanzien omdat zij soms wel voor overlast zorgden. Een heel ander beeld derhalve dan hetgeen wij zagen van de ongetwijfeld bekendste landloper Swiebertje, hoofdpersoon van een Nederlandse televisieserie in de zestiger en zeventiger jaren. Dat toonde een geromantiseerd beeld, geheel in tegenstelling tot de werkelijkheid.

In mijn genealogisch bestand is weinig meer bekend van de beide genoemden, dus ook niet of het zogenaamde heropvoeden heeft geholpen, wat er verder van hen geworden is. Beiden staan als ongetrouwd te boek, van Dirk is nog bekend dat hij op 10 mei 1937 in Dordrecht overleed.

 
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen