Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

534145
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
265
778
265
74183
16048
20533
534145

Your IP: 54.224.118.247
2018-10-21 07:02

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 7

 

 

Seuns van Doornkom, Klipfontein, Leeuwdoorns, Lisbon, Vaalkop en Waaikraal

 

Antonie (Antoon) Marius Heystek (vervolg)

 

De oorlog is voorbij

Na de oorlog gaat “A.M.” in een klein huisje op Marikana wonen. Het gezin groeit vanaf dan met het jaar. Jammerlijk genoeg overlijden drie van hun kinderen op een veel te jonge leeftijd. Het tiende kind, Johannes Lodewikus Heystek zal later vertellen dat zij een “vrekarm ’n sukkel bestaan gevoer het”.

 

Antoon werd door generaal Beyers gevraagd om weer dienst te nemen bij de politie of anders bij het leger. Hij weigert dat omdat hij dan een Engels uniform zou moeten dragen. Dat was van deze patriot teveel gevraagd.

 

Het gezin verhuist in 1908 naar de Springbokvlakte waar ze voor de tijd van zes maanden intrekken bij oom Joost. Met geleend geld kon Antoon de plaats Lisbon betrekken. Met ezels als lastdieren en met vierhonderd bokken trok het gezin daar naar toe. Ondanks goede verwachtingen zat het daar het gezin niet mee. Al in het eerste seizoen vraten de bokken op het veld van giftige planten en stierven daaraan. Het was hard werken maar het leverde uiteindelijk grote voorspoed op.

 

Om wat bij te verdienen kreeg Antoon van een zekere Pretorius een jonge os. Hij moest dat dier trainen in een span te lopen zodat het als trekdier kon worden ingezet voor een kar of een ploeg. Zodra dat dier getraind was kreeg hij een andere os voor hetzelfde werk.

 

In documenten is melding gemaakt van een Afrikaans schooltje op de plaats Lisbon. De naam Heystek komt daarbij geregeld terug. Vanwege de grote behoefte aan een school voor de kinderen van de Afrikaanse Boeren werd deze op 15 oktober 1916 opgericht en heeft bestaan tot 1981. De school heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de plaatselijke Afrikaanse gemeenschap op de Vlakte.

De eerste leraar was Charles van der Walt. In het eerste jaar telde de school tweeëntwintig leerlingen. De school werd niet officieel geopend. Op de eerste dag werd er een beesklok geluid (beesbel = koeienbel) en werden de kinderen binnen verwacht. De beesklok was een geschenk van Fritz Heystek.

 

De kinderen, groot en klein, kregen les in één lokaal. Voor de grotere kinderen stonden er schoolbanken terwijl de kleintjes een kerskassie (kersenkistjes) mee moesten brengen om op te zitten. Zo konden zij op hun schoot schrijven.

Barend Hendrik Heystek was met zestien jaar de oudste leerling en Barend Johannes Lewies met zes jaar de jongste. In de hierop volgende jaren werden steeds meer kindcren voor onderwijs aangemeld. Al spoedig was de school te klein en werd deze uitgebreid. Aanvankelijk met een klaslokaal en kort daarop met een derde.

 

Zogenoemde gruispaden naar de school bestonden nog niet. De kinderen liepen door de velden naar de school. In de tijden dat de velden werden afgebrand was dat niet zonder gevaar. Leerlingen die van ver moesten komen kwamen vaak met een kar met daarvoor een ezel of een muildier. De kinderen Louw, dochter en zonen, van de plaats Hanover kwamen zelfs met een trollie met daarvoor twee ossen. Als er geen os beschikbaar was werden de zonen “ingespannen” en moesten zij de kar trekken terwijl hun zusjes daarop zaten. Werden de jongens moe, dan legden de meisjes het juk op hun schouders en moesten de jongens naast de kar blijven lopen.

 

Volgens grondbrief 217 koopt Antonie Marius Heystek gedeelte B van de plaats Lisbon, groot 530 morgen. Hij betaald daar 193 pond voor. De plaats Lisbon was 1851 morgen groot. Het deel A werd verdeeld in de delen C, D, E en F die aanvankelijk door zonen van Joost Heijstek werden gehuurd. Deel C werd in 1923 gekocht door Hendrik Abraham Heystek, deel D in 1926 door Simon Frederick Heystek, deel E in 1929 aan Joost Heystek jr en deel F aan Emmerensia Susanna Brits geb. Heystek.

Delen van de plaats Lisbon heeft lange tijd toebehoort aan Joost Heystek Pretorius, kleinkind van Joost Heijstek. In 1994 heeft “Kobus” als laatste Heystek de plaats Lisbon verlaten.

 

Tot aan zijn dood zal Anton Marius Heystek op Lisbon blijven boeren. In zijn testament van 21 februari 1935 legt hij vast dat na zijn overlijden de helft van zijn bezit zal overgaan naar zijn weduwe en dat de nog levende vijftien kinderen ieder een dertigste deel zouden erven. In de jaren na zijn overlijden kopen de kinderen elkaar uit en wordt de plaats herverdeeld en aan andere eigenaren verkocht.

Zowel Antonie Marius als zijn vrouw en zoon Johan zijn op Lisbon begraven. Nabij hun graf zijn ook die van een familie Pieterse en van enige onbekende personen aangetroffen.

 

 

Wordt vervolgd

 

Lees ook

“Heystekke” in Zuid-Afrika - inleiding

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 1

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 2

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 3

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 4

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 5

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 6

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen