Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

578647
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
554
566
1120
119285
9493
23692
578647

Your IP: 54.167.15.6
2018-12-17 14:30

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 5

 

Seuns van Doornkom, Klipfontein, Leeuwdoorns, Lisbon, Vaalkop en Waaikraal

 

Joost Heijstek; vervolg

 

Het is 1898 als hem een verzoek van de regering bereikt om een oogje in het zeil te houden in Waterberg. Daarvoor moest hij een betrekking aannemen onder de veldkornet (= officier ondergeschikt aan een Drost) van de wijk Nylstroom. Later werd hij naar Louis Trichard gezonden om daar het bestuur van de dorp over te nemen. Van maart 1899 tot maart 1900 was Joost Resident Vrederechter in Louis Trichardt.

Het is november 1899 als Joost Heystek vanuit zijn functie als landdrost een telegram opstelt en uitgebreid rapportage doet van de oorlogshandelingen. Hij is dan aangekomen in het hoofdlager aan de Krokodilrivier.

 

Voor de jaren 1900 en 1901 werd hij aangesteld als Resident Vrederechter en als waarnemend Landrost voor Nylstroom. Na de inname van Nylstroom door de Britse troepen in 1901 vecht hij onder het bevel van Generaal Christian Frederik Beyers. In die tijd zwerft hij rond in Waterberg en Soutpansberg.

 

De generaal verzocht Joost mee te gaan naar de Kaapkolonie. Voor alle zekerheid stak Joost Heijstek bij het verlaten van zijn kantoor verschillende schuldpapieren en postzegels met een totale waarde van £3.000 in een geldkistje. De schuldbewijzen hadden voor het merendeel betrekking op ezels die door boeren van de regering waren gekocht. Beyers was bang dat de Britten de waardepapieren in handen zouden kregen en gaf opdracht het kistje in Zwagershoek te verbergen. Joost Heijstek heeft dit altijd geheim gehouden uit angst dat anderen er naar zouden gaan zoeken.

 

Bij Sandrivierspoort wordt Joost krijgsgevangen genomen. Tot augustus 1902 is hij geïnterneerd in een concentratiekamp in Shahjahanpur in India. Hij overleeft de kwellingen.

 

Het echtpaar Heystek, beiden in verschillende concentratiekampen opgesloten, kon wel met elkaar corresponderen.

Om aan zijn vrouw te laten weten dat hij nog in leven was, stuurde hij haar in augustus 1902 vanuit het kamp in India een kaart die hij formeel richt aan A.M. Heijstek p.a. Irene Kamp, Pretoria, Transvaal, Zuid-Afrika. Hij laat haar het volgende weten:

“Lieve Emmie, met mij door den heren goedheid nog wel. Wij weten nog niet wanneer wij teruggezonden worden, er wordt gezegd dat het niet voor half september zal wezen. De achtste brief van u ontvangen was van 19 mei. Gij moet niet meer naar hier brieven zenden daar zij toch niet meer zullen aankomen voor ons vertrek hier. Mijne groeten aan de familie en alle bekenden. Wees van harte gegroet van uw liefh. J. Heijstek, Het regent nu veel, het is regentijd, Vaarwel.”

Het opmerkelijke aan dit kaartje is dat Joost Heijstek het tweemaal ondertekende. De tweede ondertekening sloot hij af met “vaarwel” alsof hij weinig vertrouwen had in een goede afloop.

 

Na afloop van de Anglo-Afrikaanse oorlog, wat tevens het einde van Boerenrepubliek Zuid Afrika betekende, keerde Joost Heijstek terug naar Leeuwdoorn op de Springbokvlakte. Tot zijn schrik zag hij dat zijn huis was verbrand en alles verwoest. Zo moest hij opnieuw aanpakken. Als eerste gaf hij £12 uit om een ezel te kopen. Het begin was er, Joost werd weer boer en soms was hij ook weer schoolmeester. Over zijn verblijf in het concentratiekamp in India zal hij nooit meer praten.

 

Voor de gemeenschap was Joost Heijstek in de voorgaande jaren niet alleen een belangrijk man geworden, maar was volgens overleveringen ook een apart mens in de omgang. Zo werd hij op een dag door een politieman aangesproken met “oubaas”. Daar kon Joost zich niet in vinden en in woede ontstoken sprak hij de agent als volgt aan: “Kyk hier kerel, my jong noem my oubaas! As jy nie meneer kan sê, sê dan liewer Oom”.

 

Een andere herinnering die aan hem is blijven kleven verhaalt dat hij weinig op had met hinderlijke vliegen, die in Afrika meer dan gewenst aanwezig zijn. Hij kon ze niet verdragen en ze stoorden hem in hoge mate. Om haar man aan tafel rustig te houden had zijn vrouw Amarenthia daar iets op gevonden. Op de andere hoek van de grote familietafel dan waar Joost altijd plaats nam strooide ze wat suiker voor de vliegen die er van smulden en zo Joost niet lastig vielen.

 

WLKV

Administratieve en organisatorische ervaring had Heijstek als Landrost ruim opgedaan. Deze vaardigheden kwamen hem goed van pas als een van de oprichters van de WLKV, de Waterberg Landbouwers Ko-operative Vereniging. Joost was eerst vice-voorzitter en werd op 26 januari 1916 gekozen tot Tweede Voorzitter. In een door hem geschreven voorzittersverslag maakt hij melding dat zal worden aangevangen met het verbouwen van katoen. Hij was er van overtuigd dat opbrengsten van dit gewas de zwakke financiële situatie van de nog jonge organisatie ten goede zou komen. Een goede oogst toont zijn gelijk aan. Het jaarverslag van 1920 meld: De katoen pool heeft een totaal gehad van 42.350lbs met een voorschot van 4½ pennies per lb en een achterschot van 4 minus 10% kommissie, 5% voor Rustenburg en 5% voor de Waterberg Vereniging”.

Heijstek had weliswaar het gelijk aan zijn zijde gekregen maar dat ging gepaard met andere problemen. Het katoengewas was weliswaar goed tegen droogte bestand, maar de vezels rondom de pitten verhinderden dat deze tijdens het zaaien in de plantgaten terecht kwamen. Joost belegde een bijeenkomst van Boeren en gezamenlijk beredeneerden zij de oplossing door de pitten te dopen in een mengsel van meel en water. Hierdoor vormden de vezels een harde korst om de pit en kon toen wel worden gestrooid. In de jaren van zijn voorzitterschap en later, van 1911 tot 1921, was hij tevens lid van de directie. Naast katoen verbouwden de Boeren in dat tijdvak ook maïs, tarwe, bonen, sorghum en zonnebloemen.

 

Gedeeltelijk verkoop

Volgens transportakte 2129 uit het jaar 1928 verkoopt Joost 500 morgen van de plaats Leeuwdoorns aan Fredrik C. Kraamwinkel en diens broer Willem F. Kraamwinkel. Zij betaalden hem twee pond tien per morgen. In hetzelfde jaar verkoopt Joost 450 morgen van zijn grond aan zoon Johannes Machiel. Het overige deel zal hij in 1937 overdoen aan Dr. Palm. Joost was in die bekend als Oupa Leeuwdoorns.

 

Joost Heijstek overleed op Leeuwdoorns nr. 1 op pad van Setttlers naar Nylstroom, Waterberg, Transvaal en ligt daar ook begraven op het deel dat later in het bezit is gekomen van de heer Johan Prinsloo. Ook Amarenthia ligt op Leeuwdoorns begraven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kinderen van Joost boerden later verder op de plaats Lisbon. Deze plaats wordt nu gezien als de bakermat van de overige Heystekke.

 

Als 89-jarige verlaat Joost deze wereld. Het is dan 3 augustus 1936. Zijn tweede echtgenote Amarenthia Margaretha van Helsdingen overleeft hem. Zij sterft op 14 oktober 1937 op de Plaats Vijgeboomspoort nr. 615, Waterberg.

 

Wordt vervolgd

lees ook:

“Heystekke” in Zuid-Afrika - inleiding

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 1

“Heystekke” in Zuid-Afrika – deel 2

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 3

“Heystekke” in Zuid-Afrika - deel 4

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen