Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

845585
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
272
392
1876
385825
4067
17808
845585

Your IP: 34.204.202.44
2020-04-09 14:56

Een droom wordt werkelijkheid - deel 1

1998. Ik koester het plan om solo een motorreis te maken van Kaapstad naar Nederland. Het kaartje toont in blauw de gereden route. In juni is de motor afgeleverd in Rotterdam en in een krat per schip op transport gesteld. In augustus ben ik per vliegtuig gevolgd. Ruim 4 maanden heb ik er voor uitgetrokken.

 

Klik op de foto's voor een vergroting.


Na me voorzien te hebben van voldoende briefpapier (het gebruik van mobieltjes was in 1998 nog nauwelijks doorgedrongen ), veel gestempelde papieren, reservespullen en een noodrantsoen, ben ik met een mengeling van enthousiasme en onzekerheid van start gegaan.

 

Klimaten en landschappen
Omdat je warmte niet kan ontlopen, maar tegen kou iets kunt doen, ben ik gestart in het ‘winterse’ Kaapstad. De koelte was aangenaam, want in augustus heerst in Zuid-Afrika de subtropische winter. Dat voelt als een Nederlandse koele zomer. Prima motorweer dus zonder binnenvoering en met zomerhandschoenen. In Namibië heb ik het al zo warm dat ik blij ben dat het hier geen zomer is. Op de motor beleef je het weer intensief, dus wat mag ik in de tropen verwachten? Rond augustus bevinden de regenbuien zich in Ethiopië, dus dat was in Zambia en Tanzania geen probleem. Als ik echter naar het noorden rijd, verschuift de loodrechte zonnestand ondertussen naar het zuiden. Ik moét er dus onder door. Uitbundige stijgingsregens te verwachten? Dat was het jaar ervoor een groot probleem waarvan de schade tijdens mijn reis aan het wegennet nog goed te zien was, maar in 1998 in Oost-Afrika goed te doen. Hoe verder? In november ben ik in Egypte aangekomen waar de subtropische winter al weer heerste met temperaturen van rond de 25 graden. Niet verkeerd. Aangekomen in Europa wordt het echter doorbijten, want inmiddels december.


Omdat de vegetatiezones oost-west lopen en mijn reis richting zuid-noord verloopt, valt de afwisseling des te meer op: na de Zuid-Afrikaanse subtropische begroeiing, rijd ik door grassteppe, savanne en licht tropisch regenwoud. In Noord-Afrika doemt de woestijn. In feite zie ik de hele Bosatlas aan me voorbij trekken: een variatie in open landschap (steppe/woestijn), halfopenlandschap (savanne) en gesloten landschap (regenwoud). Motor en tent bieden geen bescherming dus is het nuttig goed de omgeving te taxeren. Om die reden is een bezoek per motor aan wildparken verboden. Toen ik onderweg bij een olifant een afwachtende houding aannam, sprintte deze met wapperende oren in mijn richting. Oei! Om
op alles voorbereid te zijn had ik de motor laten draaien. Tip: geen sanitaire stop in dicht begroeide gebieden: je weet nooit of zich een roofdier achter de struiken verbergt.

Als geograaf ken ik de verschillende landschappen op mijn duimpje, maar bij onderstaand landschap, zo weggelopen uit een mysteriefilm, ben ik toch maar even gestopt: een bos vol Boababs waar de bomen met de wortels in de lucht lijken te groeien.

 

Hieronder de steppe met zijn uitgestrekte leegte, zoals in Noord-Kenia, is indrukwekkend. Zo droog in tropisch gebied, kan dat? Ja, want gelegen in de regenschaduw van de Kenyase bergen: geen verkeer, geen geritsel van boombladeren, leeg, maar … wel hét terrein waar leeuwen en hyena’s dwalen. Al rijdend voel ik mijn achterwiel licht heen en weer zwenken. Lek, nee hè? Ik bidt: “U mag me overal lek laten rijden, maar lieve god, alstublieft niet hier”. Gebed verhoord: het is slechts het rollen van de stenen die de motor uit het spoor duwen. Maar zeker weten doe je pas achteraf.

 

De kwaliteit van het wegennet.
Door Afrika kun je je het zo makkelijk en moeilijk maken als je wilt. Enkele hoofdwegen zijn recent, de meeste heel lang geleden geasfalteerd. Recent geasfalteerde stukken liggen er in landen als Zuid- Afrika, Botswana, Zambia en Egypte keurig bij. Het risico op een aanrijding is te verwaarlozen en dus sta me zelf toe met de rug tegen de slaapzak en de benen op de jerrycans me door het landschap te verplaatsen. “Maar jongen toch”, zou mijn moeder gezegd hebben, “dat is toch levensgevaarlijk?” Nee hoor, want de spaarzame voetgangers langs de kant van de weg zijn de enige verkeersdeelnemers. Het economisch nut van de geasfalteerde wegen is mij dus niet duidelijk. Kennelijk zijn deze trajecten aangelegd met geld van de Europese Unie om het schuldgevoel van het rijke westen te bevredigen.


De meeste wegen zijn lang geleden, meestal in de koloniale tijd aangelegd en dat is goed te merken, want de Afrikaan weet zelf ook wel dat ze slecht in onderhoud zijn. In deze laatste categorie past bijv. Noord-Malawi: er zitten zoveel gaten in de weg dat je er beter naast kunt rijden. Aan de andere kant draagt dit ook bij aan het grote avontuur, want een beetje slechte weg is alleen maar lastig, maar een echt slechte weg daar kun je wat mee: slalommen rond de potholes (diepe gaten in de weg) en als je toch verrast wordt door een diep gat, nooit remmen want dan duik je er in, wel vol gas er over springen. In de Botswaanse Kalahari wacht me een verrassing: komend uit Namibië tref ik eerst 100 km splinternieuw asfalt, waarna een brede 220 km lange gravelweg volgt met stenen van het formaat van een kindervuist. Maar het vervelendst zijn de stofdijkjes en stoflagen waar je voorwiel zo lekker in wegglijdt. Ik durfde niet harder te rijden dan 40 km per uur, want bij alleen rijden gaat veiligheid voor alles. Ik betrap mezelf er op dat ik te gespannen de handvatten omklem en oefen me in loslaten.In Tanzania zijn alle moeilijkheidsgraden ruim aanwezig. Vele verbindingen van het formaat landbouwpad vragen zelfs in het droge seizoen zoveel tijd dat een dagtraject de honderd kilometer niet overschrijdt. Diepe erosiegeulen dwingen me voorzichtig de helling te beklimmen (onderstaande foto).


Los zand is een crime: meerdere keren gaat de hele handel in de scheve stand, schuin hangend op koffer en jerrycan, dat scheelt. Dat komt doordat ik niet brutaal genoeg als een volbloed motorcrosser gas durf geven, schijterd die ik ben. Bang om te vallen, bang om iets te breken, bang voor schade. Lig je daar in het midden van niks, stel je voor. Als ik onderuit ga moeten eerst tanktas en andere topbagage eraf om vervolgens met een forse krachtinspanning de zaak overeind te zetten. En dat met 35 graden en beschermende maar hete motorkleding. Poehhh …

 

Wordt vervolgd.

 

Een droom wordt werkelijkheid - deel 2

Een droom wordt werkelijkheid - deel 3 (Slot)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen