Een van de vele door Napoleon genomen maatregelen was het in 1811 in Nederland invoeren van de Burgerlijke Stand (BS). Achterliggende gedacht van de Fransman was ongetwijfeld dat er zo een overzicht ontstond van belastingplichtigen. Maar dat terzijde. Voor genealogen is de BS een waardevolle bron bij het vergaren van informatie van voorouders. Eenvoudig en overzichtelijk. Dat gaat niet op voor de periode voor 1811.

Voor de invoering van de BS werd de bevolkingsadministratie niet door de overheid bijgehouden. Voor familieonderzoek zal men bronnen moeten raadplegen die eigenlijk voor andere doeleinden zijn bijgehouden waaronder de doop-, trouw- en begraafboeken (DTB’s). Deze veelal kerkelijke archiefstukken van vroegere datum (retroacta) gaan ver terug in de tijd.

Het Concilie van Trente verplichtte op 11 november 1563 de parochiepriesters om doop- en huwelijksregisters aan te maken, wat in feite neerkwam op de veralgemening van bestaande maar disparate praktijken. In Bourgondië zijn parochieregisters bewaard die teruggaan tot 1334. De oudste reeks voor België is het huwelijks- en verlovingsregister van de Brusselse Sint-Michielsparochie, begonnen in 1482. Later werden ook overlijdens- en begrafenisregisters gemaakt, hoewel daarvoor geen bindende voorschriften bestonden. Het oudste begrafenisregister van de Sint-Michielsparochie in Leuven, destijds de hoofdstad van het oude Hertogdom Brabant, start in 1540. Ook de protestantse kerken zijn tot bevolkingsregistratie overgegaan. Het oudste doopboek van Nederland begint in 1564 (Amsterdam), het oudste trouwregister zelfs al in 1542 (Deventer). In kleinere parochies kwam de registratie pas in de 17e eeuw op gang en werden de verschillende soorten registers soms in één fysiek boek samengevoegd.

Helaas zijn in de loop der tijd en als gevolg van uiteenlopende oorzaken veel van deze registers verloren gegaan. In de meeste plaatsen beginnen de registers daarom pas in de loop van de zeventiende of achttiende eeuw.

Doopboeken

Zoals de naam aanduidt werden in deze registers data vastgelegd waarop een kind was gedoopt alsmede de namen van de ouders en vaak ook van aanwezige getuigen. In sommige boeken werd ook de datum genoteerd waarop het kind was geboren. Echter, een veel gemaakte fout binnen de genealogische wereld is dat de doopdatum vaak als geboortedatum in bestanden werd opgenomen.

Zowel de protestanten als de katholieken lieten hun kinderen kort na de geboorte dopen in de kerk. Vaak nog op de geboortedag. Doopsgezinden werden pas op ongeveer 19-jarige leeftijd gedoopt. Anders dan bij de BS documenten bevat een doopakte geen informatie over de locatie waar het kind is geboren.

Trouwboeken

Een trouwboek bevat veelal de (onder)trouwdatum, namen van de bruid en bruidegom, hun geboorteplaats (plaats van herkomst), de burgerlijke staat en de namen van de getuigen. Bij de man staat vaak het beroep vermeld. Met burgerlijke staat wordt bedoeld dat de aantekening JM (jonge man) of JD (jonge dochter) achter de naam duidelijk maakt dat men voor de eerste keer trouwt. De vermelding Wed. staat voor weduwe of weduwnaar. Vroeger was een huwelijk alleen rechtsgeldig wanneer het gesloten was voor de Hervormde of Waalse Gemeente of voor het Gerecht. Hervormden sloten hun huwelijk dus voor de eigen kerk maar rooms- en oud katholieken, joden en leden van de kleine protestantse kerken trouwden voor het Gerecht. Na 1695 moesten ook de huwelijken tussen hervormden voor het Gerecht worden aangetekend.

Begraafboeken

Begraafboeken werden veelal bijgehouden door de doodgraver die vaak ook koster was. De data die de onderzoeker aantreft, zijn die van het begraven, dus niet van het overlijden. Ook hierbij worden door genealogen vaak fouten in hun bestanden gemaakt. Vroeger konden overledenen alleen in en om de hervormde kerk worden begraven. Daarom staan in de hervormde begraafboeken ook andersdenkenden vermeld. De gegevens in de begraafboeken zijn meestal summier. Behalve de datum van begraven en de naam van de overledene wordt doorgaans alleen nog vermeld in welke klasse iemand begraven is.

Andere bronnen

Andere bronnen die interessante genealogische gegevens kunnen bevatten, zijn de gaarderregisters, lidmatenregisters, burgerboeken (ook bekend onder de benaming poorterboeken) en de akten van indemniteit.

Gaarderregisters

In een trouw- of begraafakte wordt de plaats of datum van handeling niet altijd vermeld. Die zijn soms te achterhalen in de gaarderarchieven. Hierin bevinden zich de registers van de gaarders die belast waren met het heffen van de impost (belasting) op trouwen en begraven. Deze belasting werd geheven tussen 1695 en 1805. De hoogte van de aanslag zegt iets over de welstand van genoemde personen.

 Lidmatenregisters

Wanneer iemand die lidmaat van een kerkelijke gemeente is, vertrekt of door vestiging in een stad toetreedt dan vindt de registratie daarvan plaats in het lidmatenregister. Alleen de protestantse kerken houden dergelijke registers bij. Voor onderzoekers is het een handig middel om na te gaan of iemand is verhuisd.

 Burger- of poorterboeken

In de steden hadden poorters (burgers) vroeger meer rechten dan andere inwoners. Het burgerrecht moest echter wel verworven worden. Wanneer een van elders afkomstig persoon het burgerrecht verwierf dan werd dit geregistreerd. Vaak wordt de plaats van herkomst of de geboorteplaats vermeld en ook het beroep wordt meestal genoemd.

 Akten van indemniteit

In de zeventiende en achttiende eeuw kreeg een deel van de bevolking permanent of tijdelijk (financiële) steun. Om te voorkomen dat nieuwkomers moesten worden bedeeld, werd door de dorps- en stadsbesturen niet iedereen zomaar toegelaten. In veel gevallen moest een bewijs van de Diaconie of het Gerecht worden overlegd van de plaats van herkomst, waaruit bleek dat deze de kosten van eventuele steunverlening zou betalen. Een akte van indemniteit is dus eigenlijk een soort schadeloosstelling. Voor de genealoog is dit een bron om personen die verhuizen te achterhalen.

Notariële protocollen

Het notariaat kent een lange ontwikkelingsgeschiedenis. De oude Grieken en Egyptenaren kenden al openbare schrijvers. Via het Romeinse Rijk en het Longobardische koninkrijk ontwikkelde dit beroep zich tot het ambt dat we nu nog kennen. Ambt, want de notaris is een door de overheid aangesteld openbaar ambtenaar. Echter, anders dan de gewone ambtenaar, is de notaris ook ondernemer. Hij wordt dus niet door de overheid betaald, maar door zijn particuliere klanten. Vanaf ongeveer 1200 verspreidde het notariaat zich over geheel Europa.

In de Nederlanden worden notarissen vanaf het einde van de 13e eeuw gezien. Het waren toen vooral geestelijken. Hoewel de notarissen verplicht waren een afschrift (protocol of minuut) te bewaren van de door hen gepasseerde akten is dit voorschrift in het verleden massaal genegeerd. De akten die wel bewaard zijn gebleven zijn nu nog een belangrijke bron voor familieonderzoek. Veel Nederlandse regionale- en stadsarchieven laten deze protocollen digitaliseren waarna ze door veelal vrijwilligers worden geïndexeerd waarna ze goed doorzoekbaar zijn. Veelal zijn het Testamenten, Attestaties en Transportregisters voor den aan- eb verkoop van huizen en landelijke percelen.

Weeskamerarchieven

Weeskamerarchieven voor voogdijschappen en vermogensbeheer. Klik hier om te lezen wat bijvoorbeeld het Zeeuwse Archief er over heeft geschreven.

Internet snelkoppelingen

Een praktische website met snelkoppelingen naar een groot aantal veel gebruikte websites is die van Symbaloo.com. Klik hier om daar een kijkje te nemen.

Bron: https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/archief

**